
Verzamel – Evalueer – Bereken -
Toon meetgegevens
Nederlandse Handleiding
ã
INTAB Benelux
Nederland
1.2.1 Aanbevolen Computer Configuratie
3.1.1 Installeren in Windows 95, 98, 2000
3.1.2 Installeren in Windows NT
4 Gegevensbestanden openen (registraties)
4.3.3 “Vreemd” opgemaakte tabellen
4.5 Tinylogger
bestanden (.ttd)
5.8 Het
gebruik van de rechtermuisknop
6.2 Infotabel
– bevat alleen essentiële informatie
6.2.1 Kolommen van de infotabel
6.2.3 Bereken sleutelwaarden – construeer nieuwe kolommen
6.2.4 Volgorde wijzigen – Sorteren
6.2.6 Verschuif kanalen naar hetzelfde startpunt
6.2.7 Een rij of kolom verplaatsen
6.2.8 Open meerdere Infotabellen om meer kanalen te tonen
6.3 Maak
uw eigen grafiek- of infotabel-tabblad
6.3.3 De naam van een tabblad wijzigen
6.4 Pop-Up
Menus – Klik op de rechtermuisknop
6.5 De
rechtermuisknop in de plug-ins
6.5.1 Rechtermuisklik in de gegevenstabel
6.5.2 Rechtermuisklik in de formules
6.5.3 Rechtermuisklik in het Histogram
6.5.4 Rechtermuisklik in het notitieveld
6.5.5 Rechtermuisklik in het Procesdiagram
6.5.6 Rechtermuisklik in het X/Y-diagram
6.6 De
aanwijzer : Verschijningen en functies
7 De Werkbalk : commando’s en vensters
7.2.4 Open beeld als nieuw document
7.2.5 Opslaan of Opslaan als... ![]()
7.2.13 EasyTerm (Alleen bij PC-loggers)
7.3.3 Knippen, Kopiëren, Plakken
7.7.2 Trapsgewijs, Horizontaal, Verticaal, Pictogrammen schikken
7.7.3 1, 2, 3... Open Vensters
8 Plug-ins : Extra’s in EasyView
8.3.1 Wat staat er in de gegevenstabel?
8.3.3 De gegevenstabel Exporten/Kopiëren
8.4.1 Waar vind ik de formules?
8.4.6 Vorige waarde - Integreren
8.4.8 Wat gebeurt er verder met de formule?
9.1 De
tabbladen in de grafiek en de infotabel
10.2.1 Een project een naam geven
10.4 Een
Project in werking stellen
10.4.4 Geautomatiseerde projectcontrole
10.4.5 Simultaan lopende projecten
10.5 Houdt
uw projecten overzichtelijk
11.3 Bouwstenen
van het Filter
11.4.4 Regels voor een Tekstfilter
11.4.5 Correct aantal karakters
11.4.6 Negeren (link-instructie)
11.4.7 Negeren (scheidingsteken)
11.4.9 Voorbeeld van een Tekstfilter
12 Communicatie: Stap-voor-stap
12.1 Selecteer
en installeer een COM-poort
13 Een registratie starten of ophalen
13.1 Logger
(Start/Stop/Offload) ![]()
13.2 Off-line registratie
ophalen
13.3 Nieuwe registratie
instellen
13.4 Bestaande configuratie
gebruiken
14.1 Het
venster PC-logger Instellingen
14.2 Nieuwe registratie met
behulp van een configuratie
14.4 Actieve kanalen (Ingangen)
14.5.5 Transform: Lineaire Omzetting
14.6.1 Mode… on-line of off-line
14.6.5 Duur van de registratie
14.8 De AAC-2 Fast programmeren
op gebeurtenissen
14.8.4 Gebeurtenissen: wat wordt werkelijk opgeslagen?
15 Een registratie Starten/Ophalen: Stap voor stap
15.1.3 Stap 3: Kanalen activeren
15.1.4 Stap 4: Ingangsinstellingen
15.1.6 Stap 6: Alarmgrenzen (Optioneel)
15.1.7 Stap 7: Voltooien en Parameters versturen / Registratie starten
15.2 Meetgegevens
ophalen en analyseren
15.2.1 Stap 1 : Selecteer Ophalen
15.2.2 Stap 2 : Gegevens ophalen
15.2.4 Stap 4: Meetgegevens analyseren
16 Communicatie: Logger – Computer
16.1 Selecteer
en installeer een COM-poort
17 Tinyloggers - Starten en Ophalen
17.1 Connectie
van de Tinylogger
17.1.1 Een registratie starten
17.1.2 Een registratie ophalen
Deel
een
Presentatie
Hartelijk dank
voor uw besluit INTAB loggers en software te gebruiken. We stellen het op prijs
dat u voor EasyView hebt gekozen. Ondanks de vergaande mogelijkheden uw
meetgegevens te evalueren zult u merken dat het pakket gemakkelijk te gebruiken
is.
INTAB Benelux
NEDERLAND
Dit zijn de
minimum systeemeisen. Verwacht geen "snelle reacties".
Pentium
100MHz met Windows 2000, 2003, XP of
Vista
64 MB RAM
12 MB vrije ruimte op de harde schijf
Grafische kaart
< 1MB
1 vrije seriële poort : COM1 tot COM4
Aanvullend
op bovenstaande eisen bevelen we aan:
Processor sneller dan 2GHz
256 MB RAM
Grafische accelerator >4MB
20” beeldscherm
Voldoende vrije ruimte op de harde schijf
Enige kennis van
Windows applicaties wordt aanbevolen. Een gezonde nieuwsgierigheid én de wil
om de mogelijkheden van EasyView te onderzoeken zullen bijdragen aan een
verhoogde vaardigheid van de gebruiker.
Verderop in de handleiding treft u een woordenlijst voor beginnende gebruikers
en achteraan vindt u de INDEX.
Laat u zich niet misleiden door de professionele presentatie van uw
meetgegevens en vergeet niet de sensoren correct aan te sluiten. Wij adviseren
u dan ook de hardware manual aandachtig door te lezen. De
evaluatie en de analyse van uw meetgegevens hebben zoveel waarde als de
meetmethode en de nauwkeurigheid dat toelaten.
We willen hierbij van de gelegenheid gebruik maken u te wijzen op een aantal
zaken die nogal eens vragen oproepen.
Landinstellingen aangaande getallen, decimaalsymbool,
lijstscheidingsteken, datum en tijd etc. zijn instellingen van
Windows. Gebruik het Windows-configuratiescherm.
Printers, de instellingen en installatie van
drivers kunt u doen in Windows Instellingen/Printers.
Hot keys, Selecties, Klikken etc. zijn kenmerken van Windows. Ze
worden beschouwd als algemeen bekend en zijn daarom niet altijd toegelicht.
De Modem Instellingen
worden eveneens in Windows geregeld.
Deze handleiding
is bedoeld om u te helpen als u begint te werken met EasyView.
Zodra EasyView geopend is, is hulp slechts één druk op de knop verwijderd. De
F1-toets is de standaard Windows manier om het hulp menu te openen. EasyView
maakt hierop geen uitzondering.
|
|
|
EasyView is een
krachtig softwarepakket voor acquisitie en evaluatie van gegevens.
We gaan nu op expeditie door de mogelijkheden van EasyView. Deze expeditie is
bedoeld om u inzicht te geven in de beginselen van de software.
Houdt u er rekening mee dat mogelijk niet alle opties in uw versie van EasyView
aanwezig zijn.
Een registratie openen
Laten we ervan
uitgaan dat EasyView geïnstalleerd is. Daar gaan we!
We beginnen met een registratie te openen. Klik op de knop “openen”.
Nu ziet u een lijst van registraties die we als voorbeeld hebben toegevoegd.
Dat ziet er als volgt uit:
Selecteer een
registratie. Klik op Openen

Laten we eens gaan kijken naar een registratie die gemaakt is tijdens een trip
naar Nepal. Een van onze medewerksters had een Tinylogger in haar rugzak
gestopt.
Selecteer en open deze registratie.
Met een beetje
pech is dit het resultaat:

Hier hebt u niets
aan, dus snel door naar de volgende paragraaf.
Herschalen
Hier moet iets
aan worden gedaan om het leesbaar te maken.
Klik eerst op
om de tijdsas te herschalen. De gehele
registratie wordt nu uitgeschaald over de tijdsas.

Klik daarna op
zodat de grafiek zodanig wordt herschaald dat
het hele meetbereik wordt getoond. Dat ziet er zo uit:

Brr. Wat was het koud boven op die berg
(gemarkeerd gebied). Laten we die koude periode eens nader onderzoeken. Eens
kijken hoe we kunnen inzoomen!
Zoomen
Door de
linkermuisknop ingedrukt te houden en te slepen trekt u een rechthoek over het
interessante gedeelte. Daarna klikt u in de rechthoek om in te zoomen.

Nu kunnen we zien
dat de wandeling over het dak van de wereld twee dagen heeft geduurd en dat het
er koud was. De derde temperatuurdip was onderweg naar beneden, aan de
schaduwkant van de berg.
Deze interessante en avontuurlijke reis kan worden onderverdeeld in “etappes”.
De hele reis kunt u zien in de grafiek hierboven nadat we “herschaald” hadden.
Nu gaan we kijken hoe we de reis kunnen onderverdelen in logische etappes.
Vensters
In de
onderstaande afbeelding ziet u een aantal tabbladen boven de grafiek. Ze hebben
elk hun eigen titel die de inhoud van het tabblad omschrijft. De X-as heeft in
elk tabblad een andere schaal om elke etappe van de reis goed te kunnen
weergeven. Het eerste tabblad toont de hele reis.

De onderstaande illustraties zijn “geplakt” in wmf-opmaak en
corresponderen met de tabbladen. (Eerdere illustraties waren in bitmap-opmaak.)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Mooi en warm. |
|
|
Weer thuis! |
|
Genoeg over deze interessante reis, laten we nog een voorbeeld gaan bekijken .
Sleutelwaarden
Nadat u een
proces hebt geregistreerd en de grafiek is opgetekend, kunt u doorgaans het
resultaat al beoordelen aan de hand van de vorm van de grafiek.
In de meeste gevallen kunt u, uit het hoofd, de kenmerkende parameters
“opsommen”. Wat zijn deze kenmerkende parameters?
Vaak zijn het de meest voor de hand liggende waarden die de meest relevante
informatie geven. De Info tabel toont deze informatie!
Onderstaande illustratie toont het resultaat van een registratie waar flow ten
opzichte van de tijd is gemeten.
|
Label |
Eenheid |
Gem |
Min |
Max |
iDt (s) |
|
Flow |
l/s |
1.13 |
0.38 |
1.90 |
97 767.00 |
De flow heeft gevarieerd tussen de minimale en de maximale waarde. De
gemiddelde flow was 1.13 liter per seconde. De integraal toont hierbij
uiteraard het totale volume. Deze informatie zegt in de meeste gevallen genoeg.
Berekende waarden
EasyView heeft
indrukwekkende rekenkracht. Om uw interesse te wekken ziet u hieronder het
verschil tussen, en het gemiddelde van twee temperaturen.
Gemiddelde Verschil![]()

De formules die deze grafieken produceren zien er als volgt uit:

Zo simpel is het! Verderop in de handleiding vindt u hierover meer informatie.
Tabel
De gegevenstabel toont de meetgegevens in ASCII-opmaak. Van de gegevens kan het gemiddelde
worden genomen en de tabel kan ook worden geëxporteerd. De tabel bevat alleen
de waarden overeenkomstig de tijd op de x-as.

Histogram
Een histogram is
een andere manier om naar verzamelde meetgegevens te kijken. Het toont de
relatieve frequentie van meetwaarden

X/Y
Hiermee toont u
een kanaal als functie van een ander kanaal. Bijvoorbeeld afstand als functie
van kracht of temperatuur als functie van ingevoerde energie.
Toepassingen zijn legio.
Het zou er als volgt uit kunnen zien: hieronder wordt getoond hoe de
temperatuur op het dak zich verhoudt tot de binnentemperatuur.
Binnen Binnen=f(Dak) Dak

Notities
Vergeet niet om
notities te maken van de registratie waarmee u bezig bent. Uw geheugen is
wellicht niet zo “lang” als u zou willen. Voor elk tabblad bestaat een
notitieveld waar u uw informatie kunt noteren. Maak er gebruik van, over een
jaar zult u zien waarom.
Configuraties
Alle instellingen
voor het analyseren van meetgegevens kunnen worden bewaard in configuraties.
Dit versnelt uw werkwijze aanzienlijk bij herhaalde registraties. Verderop in
de handleiding gaan we hier verder op in.
Hoe u uw gegevens
verzamelt is veel belangrijker dan hoe het er op uw beeldscherm uitziet. Als u
een foutieve meetmethode gebruikt is het niet van belang wat u met de gegevens
doet. Ze zijn toch fout!
Houd het doel voor ogen bij het plannen van uw registraties. Dit
verhoogt de bruikbaarheid van uw verzamelde gegevens.
De PC-logger Registratie Wizard helpt u met het instellen van de registratie zodat u geen
essentiële zaken vergeet. U volgt eenvoudigweg de pagina’s en vult de
parameters in waar dat nodig is. Onderstaande afbeelding toont de verschillende
pagina’s van de Wizard.

Een korte verklaring van de menutitels:
·
Registratie Informatie beschrijft de configuratieparameters. Vul de
titel in.
·
Actieve Kanalen selecteert de kanalen die moeten registreren.
·
Kanaal Instellingen stelt de meetbereiken in, kent
“namen” toe aan de kanalen en voert een lineaire transformatie uit op
geregistreerde kanalen.
·
Registratie Parameters programmeert meetinterval en
datareductie.
·
Gebruik Alarm Instellingen om alarmgrenzen te programmeren.
·
Samenvatting is de laatste kans om iets te wijzigen.
”Meten is weten”,
zei een van onze favoriete klanten. Een goede, maar niet geheel juiste
gedachte!
”Goed meten met inzicht is weten”, is beter!
De Start/Ophalen
menu’s voor de populaire Tinyloggers zijn minder ingewikkeld dan die van de PC-loggers. Deze
instellingen spreken meestal voor zich. Laten we eens kijken:

In de hoofdpagina van het startmenu vindt u de opties om de logger te starten,
te stoppen en uit te lezen. Hier kunnen ook twee registratieconfiguraties
worden ingesteld: Configuratie A en
B. Elke aangesloten logger kan ook als configuratie fungeren zodat zijn
instellingen telkens weer gebruikt kunnen worden.
De knop Instellingen is de ingang naar twee menu’s die gebruikt kunnen worden
als de gebruikte configuratie niet voldoet.
|
|
|
|
|
|
EasyView kan
registraties verwerken die gemaakt zijn met andere software. Gebruikers van
vorige versies kennen al de mogelijkheid om de zgn. AAC-bestanden en
Tinytag-bestanden te importeren. We hebben een grote stap voorwaarts gemaakt
door het mogelijk te maken gegevens in tabelvorm (ASCII-opmaak) te importeren. Dit verhoogt de toepassingsmogelijkheden
aanzienlijk. U kunt EasyView zelfs gebruiken om sociologische gegevens te
analyseren. Ook kunt u voor het eerst standaardverslagen maken op basis van
gegevens van andere registratieapparatuur.
|
EasyView heeft
uitgebreide import mogelijkheden. Hiermee kunt u tabellen interpreteren en
importeren die op een gebruikelijke manier zijn opgemaakt. De uitgebreidere
tabellen kunt u importeren via het importfilter. Zo’n filter is eenvoudig te
maken in EasyView. |
TEST 1 S/N 19824 No. Date Time 2500 mV 1 97-05-13 08:59:08 1200 2 97-05-13 08:59:09 1000 3 97-05-13 08:59:10 980 4 97-05-13 08:59:11 980 5 97-05-13 08:59:12 990 6 97-05-13 08:59:13 1100 7 97-05-13 08:59:14 1000 8 97-05-13 08:59:15 970 9 97-05-13 08:59:16 970 10 97-05-13 08:59:17 970 11 97-05-13 08:59:18 960 12 97-05-13 08:59:19 960 13 97-05-13 08:59:20 980 |
|
Registraties
die zijn gemaakt met de oude DOS software “GL” worden automatisch
geconverteerd in ezv-opmaak. |
|
|
Tinylogger-bestanden
in .ttd opmaak kunnen ook worden geopend en geconverteerd in EasyView. |
|
Hieronder wordt
stap voor stap toegelicht hoe u EasyView kunt installeren.
Zorg ervoor dat alle andere applicaties zijn afgesloten voordat u begint met de
installatie. Denk eraan dat de Microsoft Office Werkbalk ook een actief
programma is!
1. Sluit alle programma’s/applicaties.
2. Plaats de CD in het station.
3. De CD start automatisch.
4. Volg de instructies op het scherm.
1.
Installatie
is wat gecompliceerder dan in andere Windows-versies. Zorg ervoor dat u
"Supervisor rechten" hebt.
2.
Sluit alle programma’s/applicaties.
3.
Plaats de CD
in het station.
4.
De CD start
automatisch.
5. Volg de instructies op het scherm.
DEEL
TWEE
Meetgegevens
analyseren
Dit gedeelte van
de handleiding behandelt het openen van bestanden (registraties) om deze te analyseren. Dit hoofdstuk is
wat verder vooraan in de handleiding geplaatst om het voor beginnende
gebruikers wat gemakkelijker te maken.
In de praktijk kan EasyView alleen EasyView-bestanden (*.ezv) tonen. Alle
andere bestanden dienen eerst geconverteerd te worden naar ezv-formaat. Om die
procedure simpel te houden is hierin zoveel mogelijk geautomatiseerd. Alle
conversies worden uitgevoerd door het betreffende bestand te openen. Als u het
bestand opslaat wordt een EasyView-bestand gegenereerd.
Klik op
om het venster Openen te activeren.
Dit wordt gebruikt om registraties te vinden en te openen.
Gebruikt het keuzemenu Bestandstype om het bestandstype te specificeren
van de registratie die u wilt openen.

Selecteer het gewenste bestand en klik op Openen.
EasyView-bestanden
worden gegenereerd door een registratie op te slaan. Als u een bestand opent
wordt het op dezelfde manier getoond als het was opgeslagen.
Het EasyView-bestand bevat, naast registratie
informatie, ook informatie over
·
Tabblad-instellingen
·
het aantal
zichtbare kanalen/signalen
·
Schaalverdeling
van de assen
·
Eigenschappen
van de presentatie
·
Registratie
parameters
·
Infotabel-instellingen
·
Plug ins’
parameters
·
Etc etc.
Lees hierover meer in de volgende hoofdstukken. Probeer eens uit te vinden
welke parameters logger-specifiek zijn en welke evaluatie-specifiek.
EasyView kan
ASCII- of tekstformaatbestanden te openen. Ze moeten wel van het type *.txt,
*.csv of *.skv zijn, waarbij de meetgegevens in kolommen staan.
Klik bij Bestandstype op “Tekstbestanden *.txt…”. Selecteer uw bestand uit de lijst en
klik op Openen. Het volgende venster
verschijnt:

De “timing informatie” in dit menu is afgeleid van de tijdskolom van de tabel,
indien aanwezig. Als die kolom niet bestaat, doet de software een suggestie. U
kunt deze waarden naar wens aanpassen. Vergeet niet een logische titel aan de
registratie te geven.
Tabellen hebben
vaak afwijkingen. Sommige afwijkingen kunnen bij “Geavanceerd” worden
ingesteld. Hier kunt u instellen wat het importfilter moet doen in geval van
onleesbare waarden, ontbrekende waarden en “gaten” in de timing.
|
Incorrecte waarden zullen niet vaak voorkomen. Over het algemeen
worden deze veroorzaakt door een bug in de software van de logger. Er zijn
drie manieren om hiermee om te gaan. ·
Behoud de
laatste correcte waarde tot de eerstvolgende correcte waarde. ·
Vul ‘nul’
in, in plaats van de onleesbare waarde. ·
Annuleer
de conversie als een onleesbare waarde voorkomt. |
|
|
Ontbrekende waarden kunnen ook op drie manieren worden ingevuld: ·
Interpoleer
tussen de vorige en de volgende waarde. ·
Pas een
“nieuw” kanaal toe bij de eerstvolgende correcte waarde. ·
Vul ‘nul’
in als een waarde ontbreekt. |
|
|
De tijdkolom
wordt gecontroleerd op compleetheid. Als hierin afwijkingen worden gevonden
hebt u de volgende optie: ·
Negeer
alle veranderingen in meetinterval;
·
Negeer
afwijkingen in het tijdsinterval. ·
Behoud de
vorige correcte waarde om het foutieve tijdsinterval te overbruggen. ·
Interpoleer
in de ontbrekende reeks. |
|
EasyView kan de
meeste gegevensbestanden in tabelvorm importeren. De meeste opmaken worden
geïmporteerd met behulp van de automatische filter. Sommige tabellen moeten
worden aangepast of in een tekstverwerker gewijzigd.
De tabel moet aan de volgende criteria voldoen om hem zonder verdere
aanpassingen te kunnen importeren:
·
Indien een
tijdskolom wordt gebruikt moet dat de meest linkse kolom zijn.
·
De datum en
de tijd moeten op dezelfde manier worden gespecificeerd als is ingesteld bij de
“Landinstellingen” in het Windows-configuratiescherm.
·
De
gegevenskolommen dienen gescheiden te worden door:
a) het lijstscheidingsteken zoals
gespecificeerd bij de “Landinstellingen” in het
Windows-configuratiescherm
of
b) ten minste twee spaties of een
combinatie van tab en spatie
of
c) een tab
·
De eenheden
van de kolommen (bijv. °C) moeten onmiddellijk boven de eerste rij met
meetgegevens staan. De eenheden moeten op dezelfde manier worden gescheiden als
de kolommen met meetgegevens.
·
Als de
kanalen of signalen benoemd worden, moeten deze onmiddellijk boven de rij met
de eenheden, op dezelfde manier, worden geplaatst.
Eventuele tekst of lege rijen die hieraan vooraf gaan worden weggelaten.
Voorbeeld van een eenvoudige
gegevenstabel
Tijd C1 C2
% °C
96-06-03
09:13:03 10,1 9
96-06-04
09:13:03 20,2 10
96-06-05
09:13:03 30,3 11
96-06-06
09:13:03 40,4 12
96-06-07
09:13:03 50,5 13
96-06-08
09:13:03 60,6 14
96-06-09
09:13:03 70,7 15
96-06-10
09:13:03 80,8 16
Er zijn
verscheidene “standaard”-tabelopmaken op de markt beschikbaar. Onze aanbeveling
is om de tabellen, met behulp van een tekstverwerker, zodanig te veranderen dat
ze voldoen aan bovenstaande specificaties.
Deze werkwijze is echter niet praktisch bij het converteren van grote
hoeveelheden tabellen. In dat geval kunt u een importfilter construeren. Zie
hieronder.
Een importfilter
kan gebruikt worden om de inhoud van een ASCII-gegevenstabel te interpreteren.
De standaardfilter heet “Auto detect” en kan niet worden gewijzigd.
Om uw eigen filter te maken opent u het menu Extra/Bestandstype/Importfilter.

Een filter moet in staat zijn om de volgende parameters te onderscheiden en te
interpreteren:
·
Benaming van
het kanaal of signaal
·
Eenheid van
het kanaal of signaal
·
Timing-informatie
·
Gegevenskolommen
Lees hierover meer in hoofdstuk 10.
Registraties die
zijn gemaakt in AAC-2 PC-soft, ook wel de “GL”-software genoemd, bestaan uit twee
bestanden: de kopgegevens (Hx.aac) en het gegevensbestand (Dx.aac). Ze worden
automatisch geconverteerd in de EasyView opmaak.
Selecteer het PC-softbestand, open hem en sla hem op. Het opgeslagen bestand
zal in ezv-opmaak zijn.
Registraties die
met de software GLM of
OTLM zijn gemaakt, hebben de extensie “ttd”. Ze worden op dezelfde manier
geconverteerd als de AAC-bestanden. Zie hierboven.
ziet er hetzelfde
uit als alle andere Windows-programma’s. Dit venster kan één of meerdere documenten bevatten.
Een document is in ons geval een registratie.
![]()



toont uw
geregistreerde signalen in het werkblad:
De
Infotabel staat direct boven de grafiek. Hierin vindt u onder meer statistische
gegevens van de getoonde grafiek.
Het
aantal beschikbare features in het plug ins-venster is afhankelijk van de
versie van EasyView én het aantal plug ins dat u hebt geactiveerd. Houd er
rekening mee dat uw softwareversie mogelijk niet alle plug ins heeft. Sommige
zijn alleen maar aanwezig in de Pro-versie, terwijl andere als optie kunnen
worden aangeschaft. Hieronder vindt u alle bestaande plug ins.
|
Gegevenstabel |
Tabelvormige presentatie van de meetgegevens. Te exporteren in ASCII-formaat. |
|
Formule Editor |
Wiskunde! Voor het maken van berekeningen. (Pro) |
|
Histogram |
Histogrampresentatie van de registratie. (Pro) |
|
Lambda Tune |
Software om regelaars te optimaliseren. (Optie) |
|
Notities |
Tekstvelden die u als geheugensteun kunt gebruiken. |
|
Procesdiagram |
Toont schematisch uw proces met daarop real time uw meetwaarden
geprojecteerd. (Pro) |
|
X/Y-diagram |
Toont signalen in functie van een ander signaal. (Pro) |
|
Publisher |
Automatisch versturen van uw grafiek naar elke willekeurige URL. (Optie)
Zie aparte handleiding. |
|
DDE server |
Maakt de registratie real time beschikbaar voor andere gebruikers via het
netwerk. (Optie) Zie aparte handleiding. |
|
DDE client |
Registreert real time gegevens van externe DDE servers. (Optie) |
|
OPC server |
Maakt registraties real time beschikbaar voor andere gebruikers via het
netwerk. (Optie) Zie aparte handleiding. |
|
OPC client |
Registreert real time gegevens van externe OPC servers. (Optie) |
Lees hierover meer verderop in de handleiding.
|
Knop |
Omschrijving |
Short
Key |
Menu |
|
|
|
Open Nieuw
"leeg" document |
Ctrl + N |
Bestand/Nieuw |
|
|
|
Start/Stop/Offload |
Ctrl + L |
Bestand/Logger… |
|
|
|
Openen |
Ctrl + O |
Bestand/Openen |
|
|
|
Opslaan |
Ctrl + S |
Bestand/Opslaan |
|
|
|
Ongedaan maken |
Ctrl + Z |
Bewerken/Ongedaan
maken |
|
|
|
Opnieuw
uitvoeren |
Ctrl + A |
Bewerken/Opnieuw
uitvoeren |
|
|
|
Kopiëren |
Ctrl + C |
Bewerken/Kopiëren |
|
|
|
Toon alle
pagina’s (hele registratie) |
|
Beeld/Pagina/Alle
Pagina’s |
|
|
|
Herschalen
(Herschaal alle Y-assen in één
venster). |
|
|
|
|
|
Toon eerste
pagina |
Home |
Beeld/Pagina/Eerste |
|
|
|
Toon vorige
pagina |
Page Down |
Beeld/Pagina/Vorige |
|
|
|
Toon volgende
pagina |
Page Up |
Beeld/Pagina/Volgende |
|
|
|
Toon laatste
pagina |
End |
Beeld/Pagina/Laatste |
|
|
|
Toon grafiek in Real Time |
|
Beeld/Real Time |
|
|
|
Multimeter |
|
Beeld/Multimeter |
|
|
|
Document afdrukken |
Ctrl + P |
Bestand/Afdrukken |
|
|
|
Activeer Cursor
in Commentaarveld |
|
|
|
|
|
Over EasyView |
|
Help/Over EasyView |
|
|
|
Help Over... Klikken voor
Help |
F1 |
|
|
|
|
Opties |
|
Extra/Opties |
|
|
|
Lettergrootte |
|
Eigenschappen/Lettertype |
|
|
|
Toevoegen/verwijderen
commentaarveld |
|
Rechtermuisklik
op het commentaarveld |
|
|
|
Gebruik
standaardconfiguratie |
|
Rechtermuisklik
op het tabblad |
|
|
|
Bestand/Recorder
Connecties en Multimeter |
|||
|
Bestand |
Open dit menu
voor bestands- en afdrukfuncties. |
|
Bewerken |
Open dit menu
om gegevens te kopiëren. |
|
Beeld |
Open dit menu
om de werkbalk en de beeldweergave in te stellen. |
|
Eigenschappen |
Open dit menu
voor grafiekinstellingen. |
|
Extra |
Open dit menu
voor extra instellingen van EasyView. |
|
Venster |
Open dit menu
voor instellingen van het documentvenster. |
|
Help |
! |
De statusbalk
toont u de voortgang van een aantal zaken en verklaart tevens de functie van
een aantal knoppen in de knoppenbalk.
De mededeling links van het midden (Bijv: INTAB PC-logger op COM1) leert u
welke poort wordt gebruikt voor communicatie met welke logger.
De rechtermuisknop
speelt een zeer belangrijke rol in EasyView. Een klik op de rechtermuisknop
brengt u bij een pop-up menu. Via de rechtermuisknop kunt u bij praktisch alle
opties in EasyView komen. Een van de belangrijkste is de optie ”eigenschappen”
van een object. Deze optie staat altijd onderaan in het pop-up menu. Ook kunt u
naar de ”eigenschappen” van een object gaan door te dubbelklikken op het
betreffende object.
Het alternatief is uiteraard om dit via de menustructuur (Eigenschappen) te
doen.
Lees verderop in de handleiding of in het helpbestand meer over de
rechtermuisknop.
Als u nieuw bent
in de wereld van PC-loggers hebt u wellicht iets aan de onderstaande
woordenlijst. Hierin wordt een aantal in de software gebruikte technische
termen en afkortingen verklaard.
|
In de tabel |
|
|
IMP |
Geïmporteerde
registratie |
|
N/A |
Waarde of
informatie is niet beschikbaar of niet van toepassing |
|
iDt |
Tijdsintegraal
van de getoonde grafiek. {(Swaarden) * dt} |
|
Skew |
Laterale
verplaatsing van de tijdsas |
|
ID1, ID2 etc. |
Signaal
Identificatienummer vaak hetzelfde
als het kanaalnummer |
|
001, 002 etc. |
Rijen-identificatie |
|
|
|
|
In het grafiekdocument |
|
|
Logotype |
Invulveld voor
tekst; normaal gesproken de bedrijfsnaam |
|
Diagram |
Synoniem voor
grafiek Hiermee wordt
vaak de lijn bedoeld die het signaal omschrijft. |
|
C:\EV4 |
Pad naar de map
EV4 EV4 is een
onderliggende map van het C: station |
|
|
|
|
In het formule venster |
|
|
Functies |
Voorbeelden: SIN, COS, SQRT, EXP... |
|
Rekenkundige
symbolen |
Voorbeelden: ^, +, -, =, AND, OR... |
|
Variabelen |
Beschikbare
kanalen. Voorbeelden: ID1.ave, Tip.ave... |
|
Sleutelwoorden |
Definiëren van
een formule Voorbeelden: GRAPH voor formules en FN voor functies |
|
|
|
|
In Openen |
|
|
030-01:18:32 |
Duur van een registratie.
In dit voorbeeld duurt de registratie |
|
3s/21s |
Het
meetinterval is 3 seconden. De reductiefactor is 7; dit resulteert elke 21
seconden in een gemiddelde waarde. |
|
|
|
|
In Logger Instellingen |
|
|
T/C |
T/C staat voor
thermokoppel |
|
°C |
Geen
transformatie van het signaal |
|
(°C) |
Een
”getransformeerd” kanaal met als resulterende eenheid °C |
|
off-line |
Registratie
wordt opgeslagen in het geheugen van de logger |
|
on-line |
Registratie
wordt opgeslagen op de harde schijf van de computer |
|
Roterend
geheugen |
Overschrijft de
oudste gegevens als het geheugen vol is |
|
C01, C02 ... |
Kanaalnamen:
Kanaal 1, Kanaal 2... |
|
|
|
|
|
|
|
HOOFDMENU |
SUB-MENU |
OMSCHRIJVING |
|
Bestand |
Nieuw |
Start een leeg
document op |
|
|
Logger Starten/
Stoppen/Offload |
Start een
nieuwe registratie of haalt een registratie uit het geheugen van de logger |
|
|
Openen |
Standaardvenster
voor het openen van een bestand |
|
|
Open venster
als een nieuw document |
Slaat
registraties gedeeltelijk op |
|
|
Opslaan |
Slaat het
actieve bestand op |
|
|
Opslaan als… |
Slaat een kopie
op van het actieve bestand |
|
|
Sluiten |
Sluit het
actieve bestand |
|
|
Zend mail |
Zendt het
ezv-bestand als een e-mail |
|
|
Configuraties |
Creëert en past
configuraties toe |
|
|
Eigenschappen |
Toont de
eigenschappen van het bestand |
|
|
Recorder
Connecties |
Stelt de
seriële poort in / Boot de logger |
|
|
Project manager |
Plan uw
registraties |
|
|
Logger Historie |
Hier staan de
gebruikte loggers met hun instellingen |
|
|
EasyTerm |
Terminal
emulator voor directe communicatie met de logger |
|
|
Afdrukken |
Het actieve
venster afdrukken |
|
|
Afdrukvoorbeeld |
Bekijk het
resultaat vóór het afdrukken |
|
|
Printerinstellingen |
Venster voor de
printerinstellingen |
|
|
1 File1.ezv |
Snelle manier
om de laatst gebruikte bestanden te openen. |
|
|
Afsluiten |
Beëindigt
EasyView |
|
Bewerken |
Ongedaan maken |
Herschalen
ongedaan maken |
|
|
Opnieuw
uitvoeren |
Het ongedaan
maken weer ongedaan maken |
|
|
Knippen |
... van
geselecteerde tekst naar het klembord |
|
|
Kopiëren |
Om een grafiek
of tabel naar andere applicaties te exporteren |
|
|
Plakken |
… van tekst
vanaf het klembord |
|
|
Verwijderen |
Infotabel
verbergen |
|
|
Alles
selecteren |
|
|
Beeld |
Werkbalken |
Toont/verbergt
de werkbalken |
|
|
Multimeter |
Activeert de
Multimeter |
|
|
Volledig scherm |
Toont het
venster op maximale grootte |
|
|
Herschalen |
Herschaalt de
grafiek |
|
|
Pagina Eerste |
Ga naar de
eerste pagina |
|
|
Laatste |
Ga naar de
laatste pagina |
|
|
Vorige |
Ga naar de
vorige pagina |
|
|
Volgende |
Ga naar de
volgende pagina |
|
|
Alles |
Toont de hele
registratie |
|
|
Grafiek... |
Eigenschappen
van de grafiek |
|
|
Tijdsbalk |
Toont/Verbergt
de tijdsbalk |
|
|
Toon tijd
cursors |
Toont/Verbergt
cursors |
|
|
Relatieve tijd
cursors |
Toont de tijd
tussen de cursors |
|
|
Real Time grafiek |
Start/Stop de
real time weergave van de registratie |
|
|
Schuiftijd |
On-line
registratie schuift over de x-as |
|
Eigenschappen |
Infotabel |
Verwijdert en
voegt kolommen toe |
|
|
Grafiek |
Venster voor
instellingen van de grafiek (presentatie, formules etc.) |
|
|
Actieve plug-in |
Eigenschappen
van het actieve plug-in veld |
|
Extra |
Opties |
Gebruik dit venster om ”plug-ins” toe te voegen
of te verwijderen. Geef hier ook aan of
u in het venster Grafiekeigenschappen de tabbladen Transformatie en
Formule wilt zien. |
|
|
Lettertype |
Venster voor de
keuze van het lettertype en grootte. |
|
|
Opmaak |
Tekst-importfilter
programmeren |
|
Venster |
Nieuw venster |
Opent een nieuw
venster van het actieve document |
|
|
Alle vensters |
Rangschikt de
geopende bestanden zodanig dat de titelbalk van elk venster zichtbaar is |
|
|
Verticaal
rangschikken |
Rangschikt de
geopende bestanden naast elkaar zonder te overlappen |
|
|
Horizontaal
rangschikken |
Rangschikt de
geopende bestanden onder elkaar zonder te overlappen |
|
|
Pictogrammen
schikken |
Rangschikt
geminimaliseerde vensters in een overzichtelijke rij onderaan het beeldscherm |
|
|
1,2,3,4 |
Onder aan het
menu “Venster” somt EasyView de namen op van hooguit vier geopende bestanden.
Om een venster actief te maken, kiest u de corresponderende bestandsnaam. |
|
Help |
Tip van de dag |
Hier krijgt u
tips over EasyView |
|
|
Inhoud |
Dit is de
inhoudspagina van het Help menu. |
|
|
Help gebruiken |
Hier wordt u op
weg geholpen |
|
|
Systeem Informatie |
Toont
informatie over de software en de hardware |
|
|
INTAB |
Link naar http://www.intab.nl/ |
|
|
Info... |
… over de
programmaversie |
Een grafiekdocument is
een registratie met "presentatieparameters".
Naast de
meetgegevens en informatie over de registratie bevat het grafiekdocument daarom
ook ”opmaakparameters”, zoals schaalverdeling van X- en Y-as. Het document
bestaat uit twee of meer secties of vensters.
Het bovenste gedeelte geeft informatie in een zgn. infotabel. De inhoud van
deze infotabel is vrij in te stellen. U kunt kolommen toevoegen of verwijderen
zodat de informatie wordt weergegeven die voor u van belang is.
Het onderste gedeelte is de grafiek. Talloze instellingen, herschalings- en
zoommogelijkheden zorgen voor een vereenvoudigde evaluatie van complexe
grafieken. U kunt uw document ook ”splitsen” in meerdere grafiektabbladen
.
De Plug-ins, zoals de gegevenstabel, de X/Y-diagram en het notitieveld, kunnen
ook in het document worden getoond.
Het venster
Infotabel van het grafiekdocument kan door de gebruiker op maat worden gemaakt
zodat deze alleen informatie bevat die voor hem van belang is. Het is ook
mogelijk infotabellen toe te voegen die elk hun eigen stuk informatie tonen.
Elke lijn in de grafiek wordt in de infotabel weergegeven. De kolommen worden
ingesteld door de gebruiker. Er zijn kolommen voor maximale en minimale
waarden, lijnkleur, lijnstijl, etc. Ieder tabblad heeft een individuele
schuifbalk om zo veel mogelijk verschillende informatie te kunnen tonen.
Bovendien is de lettergrootte afzonderlijk in te stellen.

Herkenningsinformatie is bijvoorbeeld kleur, label,
streepstijl and lijndikte.
Sleutelwaarden zijn bijvoorbeeld de
kolommen max, min en integraal.
Voor een optimaal gebruiksgemak kunt u precies die waarden tonen die voor u van
belang zijn.
|
TYPE |
NAAM |
FUNCTIE |
|
Herkennings informatie |
Kleur Label |
Toont/wijzigt de lijnkleur |
|
Belangrijke waarden etc. (geldt altijd voor de getoonde sectie) |
Gem RMS Standaard Deviatie Metingen Totaal metingen Interval Cursordiff |
Gemiddelde waarde Som ! ! ! Lengte/toegekend interval Meetinterval Verschuiving van de grafiek ten opzichte van de starttijd van de
registratie |
|
|
|
|
|
De infotabel
kan zodanig aangepast worden dat hij alleen relevante informatie toont. U
kunt de kolommen verbergen door ze te selecteren en vervolgens op de toets Delete te drukken of via het menu
Bewerken/Verwijderen. Via deze
methode verwijdert u niets: u verbergt het alleen maar.
|
|
Via de
gereedschappen die u in de sectie Formules ter beschikking hebt, is het
mogelijk berekende waarden in uw infotabel te krijgen. Standaarddeviatie en
ander moois komt binnen handbereik. Lees hierover meer in de paragraaf Sleutelwaarden van het hoofdstuk
formules.
De volgorde
waarin de signalen in de infotabel getoond worden kan gewijzigd worden.
Selecteer, door
één muisklik, het signaal dat u wilt verplaatsen. Het betreffende kanaal licht
op. Breng de aanwijzer op het betreffende kanaal, houd de linkermuisknop
ingedrukt en sleep het kanaal naar zijn nieuwe positie.
Blokken van kanalen kunnen verplaatst worden door bij het selecteren van de
kanalen te slepen in plaats van te klikken. Nu kunt u het hele blok verplaatsen
door de linkermuisknop ingedrukt te houden en het blok naar zijn nieuwe
positie te slepen.
Inmiddels is de infotabel zo’n chaos geworden dat u waarschijnlijk het spoor
bijster bent. Klik nu met de rechtermuisknop op de meest linkse
kolom(kanaalnummer), selecteer "Kanalen
sorteren" en de oorspronkelijke volgorde is hersteld.
De breedte van de
kolommen in de infotabel kan worden aangepast zodat ze net breed genoeg zijn om
alle gegevens te tonen. Klik met de rechtermuisknop in de kop van de infotabel
en kies "Kolombreedte aanpassen". Dat maakt het leven een stuk makkelijker...
In de kolom “Starttijd”
van de infotabel staan de starttijd en –datum aangegeven. De starttijd kan
worden aangepast om een fictieve starttijd te kiezen. Door in een gecombineerd
document, waarbij de starttijden van de registraties verschillen, dezelfde
starttijd in te stellen, verschuift u de grafieken naar hetzelfde beginpunt.
Zie ook “Verschuiven”.
Door een
verschuiving van nul op te geven verplaatst u de grafiek naar zijn
oorspronkelijke positie.
Rijen (kanalen)
en kolommen kunnen worden verplaatst om de leesbaarheid te vergroten. Het is
wellicht raadzaam om verwante informatie te groeperen. De kolommen Min en Max
zijn gemakkelijker te vergelijken als ze naast elkaar staan.
Klik eerst op een rij of kolom. Klik en sleep hem dan naar de gewenste
positie.
Er zijn twee
manieren om het aantal zichtbare kanalen in de infotabel te vergroten.
De meest voor de
hand liggende manier is het vergroten van de infotabel door met de muis de
onderkant van dit venster uit te rekken. Natuurlijk kunt u ook een kleiner
lettertype instellen. Op die manier vergroot u weliswaar de ruimte voor de
infotabel, maar tegelijkertijd verkleint u de ruimte voor de grafiek. Dit gaat
uiteraard ten koste van de leesbaarheid.
De tweede manier is het openen van meer infotabellen. Dit kan door de rechterzijde van de
infotabel met de muis naar links te slepen. Op die manier wordt een kopie van
de infotabel gemaakt. Hetzelfde kan door met de rechtermuisknop in de infotabel
te klikken en vervolgens ‘”Venster toevoegen” te kiezen.
De tabellen zijn
dan identiek maar kunnen afzonderlijk geschoven worden. Zo hoeven de kolommen
die in beide vensters getoond worden, niet dezelfde te zijn. Schuif de ene
infotabel naar kanalen 1-4 en de andere naar kanalen 5-8. Een compacte manier
om 8 kanalen te tonen.
Vergeet daarbij
niet dat het ook mogelijk is de lettergrootte te wijzigen.
|
|
|
|
Een infotabel-tabblad is een tabel met een aantal rijen en
kolommen. De rijen vertegenwoordigen de gebruikte kanalen en in de kolommen
vindt u nadere informatie over de betreffende kanalen. U kunt zoveel tabbladen
toevoegen aan een registratie als u wilt. Daarbij kunt u de kolommen instellen
door met de rechtermuisknop in de titelbalk te klikken. Markeer één of meer
kolommen en druk op de toets “Delete” om ze te verbergen.
Een grafiektabblad is een gebied van de grafiek. In elk
grafiektabblad kunt u verschillende kanalen tonen met zijn eigen specifieke
schaalverdeling, zowel de X-as als de Y-as. Alle tabbladen worden afzonderlijk
behandeld. Indien u de “Plug-in” Notities activeert kunt u aantekeningen
toevoegen over dat gedeelte van de grafiek waar u op dat moment mee bezig bent.
Elk grafiektabblad heef zijn eigen
notitieveld.
|
|
... Hier staan de tabbladen.. |
·
Klik met de
rechtermuisknop op een tabblad en selecteer “Nieuw tabblad”.
·
Klik met de
rechtermuisknop op een infotabel-tabblad of grafiektabblad en selecteer
“Verwijderen…”
·
Wijzigingen
worden opgenomen in het actieve tabblad, NIET in het tabblad waar u op hebt
geklikt!
·
Activeer het
tabblad waarvan u de naam wilt wijzigen.
·
Klik met de
rechtermuisknop op het tabblad en selecteer “Naam wijzigen…”
Lees hierover meer in het hoofdstuk Voorkeuren.
Zie onderstaande tabel voor een omschrijving van de “klikmogelijkheden”
|
Nr |
Actie |
Reactie |
|
1 |
Klik met de
rechtermuisknop op de infotabel tabbladen |
Een tabblad
toevoegen, hernoemen of verwijderen. Alleen het actieve tabblad wordt
gewijzigd. |
|
2 |
Klik met de
rechtermuisknop op een kop van een kolom |
Een kolom
toevoegen of verplaatsen in de infotabel |
|
3 |
Klik met de
rechtermuisknop op een specifieke cel |
Sommige cellen
kunnen gewijzigd worden. Starttijd en lijndikte zijn twee voorbeelden. |
|
4 |
Klik met de
rechtermuisknop op een grafiektabblad |
Een tabblad
toevoegen, hernoemen of verwijderen. Alleen het actieve tabblad wordt
gewijzigd. |
|
5 |
Klik met de
rechtermuisknop juist boven de grafiek |
Brengt u naar
de eigenschappen van de grafiek |
|
6 |
Klik met de
rechtermuisknop op of naast de Y-as |
Hier kunt u de
Y-as verbergen of alle kanalen met dezelfde eenheid tonen. Ook voor de
instellingen van het meetbereik. |
|
7 |
Klik met de
rechtermuisknop op of onder de X-as |
Activeert de
instellingen van de tijdsas. In- of uitschakelen van weergave in Real time. |
|
8 |
Klik met de
rechtermuisknop in het midden van de grafiek |
Toon of verberg
kanalen van dezelfde eenheid. Kies eigenschappen om de grafiek te bewerken. |
De
simpelste manier om de menu’s van EasyView te vinden is klikken met de rechtermuisknop
in het betreffende venster. Het menu “Eigenschappen” is vaak de ingang om een
antwoord op uw vraag te vinden. Onderstaand vindt u hier een opsomming van.
|
Opslaan als: |
Maakt een ASCII-bestand: *.txt |
|
Kopiëren: |
Kopieert numerieke gegevens naar het klembord |
|
Volledig scherm: |
Laat werkbalk en menu’s weg |
|
Kanalen van gebruiker: |
Handmatig gegevens invoeren |
|
Eigenschappen: |
Signalen: kolombreedte |
|
Vernieuwen: |
Stelt formules samen. Controleert de formule-opbouw. |
|
Automatisch vernieuwen: |
Controleert elke formule bij elke “Enter” |
|
Openen: |
Opent een bewaarde set formules |
|
Opslaan als: |
Slaat de formules op |
|
Ongedaan maken: |
Hersteld de laatste actie |
|
Knippen: |
Knipt de geselecteerde gegevens naar het klembord |
|
Kopiëren: |
Kopieert de geselecteerde gegevens naar het klembord |
|
Plakken: |
Plakt de inhoud van het klembord |
|
Verwijderen: |
Verwijdert geselecteerde tekst |
|
Alles selecteren: |
Selecteert alle tekst |
|
Volledig scherm: |
Laat werkbalken en menu’s weg |
|
Kopiëren: |
Kopieert het histogram naar het klembord |
|
Volledig scherm: |
Laat werkbalken en menu’s weg |
|
Herschalen: |
Herschaalt naar ideale grootte |
|
Rasterlijnen: |
Toont / verbergt de rasterlijnen |
|
Opslaan als: |
Slaat het histogram op als een afbeelding |
|
Eigenschappen: |
Stelt de schaalverdeling in |
|
Openen: |
Opent bewaarde notities |
|
Opslaan als: |
Slaat notities op als tekstbestand of als afbeelding |
|
Ongedaan maken: |
Herstelt de laatste actie |
|
Knippen: |
Knipt de geselecteerde gegevens naar het klembord |
|
Kopiëren: |
Kopieert de geselecteerde gegevens naar het klembord |
|
Plakken: |
Plakt de inhoud van het klembord |
|
Verwijderen: |
Verwijdert geselecteerde tekst |
|
Alles selecteren: |
Selecteert alle tekst |
|
Volledig scherm: |
Laat werkbalken en menu’s weg |
|
Nieuw gegevensveld: |
Plaatst nieuw gegevensveld |
|
Kopiëren: |
Kopieert numerieke gegevens naar het klembord |
|
Verwijderen: |
Verwijdert geselecteerde gegevensvelden |
|
Opslaan als: |
Slaat het proces diagram op als een afbeelding |
|
Volledig scherm: |
Laat werkbalken en menu’s weg |
|
Lettertype: |
Wijzigt lettertype en lettergrootte |
|
Eigenschappen: |
Laadt achtergrond, selecteert kanaalvelden |
|
Kopiëren: |
Kopieert X/Y-diagram naar het klembord |
|
Volledig scherm: |
Laat werkbalken en menu’s weg |
|
Herschalen: |
Herschaalt naar ideale grootte |
|
Rasterlijnen: |
Toont / verbergt de rasterlijnen |
|
Opslaan als: |
Slaat de X/Y-diagram op als een afbeelding |
|
Eigenschappen: |
Stelt de schaalverdeling in |

|
Vorm |
Functie |
|
|
Normale aanwijzer. |
|
|
Dit is de aanwijzer om te herschalen. Klik en sleep met de linkermuisknop
om de afmetingen van het gemarkeerde gebied te wijzigen. |
|
|
Dit is de aanwijzer voor commentaarvelden (verschijnt
alleen in grafieken). Klik en
sleep met de linkermuisknop om een commentaarveld te maken. Klik op de
rechtermuisknop om tekst in te voeren. |
|
|
Nu wijst u een bestaand commentaarveld aan. Houd de linkermuisknop
ingedrukt om het commentaarveld te verslepen. Klik op de rechtermuisknop om
het commentaarveld te wijzigen. |
|
|
De zoom-aanwijzer is actief en bevindt zich
ergens in de grafiek. Klik en sleep met de linkermuisknop om een zoomgebied
te markeren. |
|
|
Klik en sleep met de linkermuisknop om de grafiek te herschalen alsof u
aan een elastiek trekt; het beginpunt van de grafiek is gefixeerd. |
|
|
De zoom-aanwijzer voor de Y-as wordt gebruikt om te zoomen op
een Y-as. Wijs de betreffende Y-as aan (enige nauwkeurigheid is hierbij
vereist) en houd de linkermuisknop ingedrukt. Sleep op of neer om het
zoomgebied te definiëren. Alleen grafieken met dezelfde eenheid als de aangepaste
Y-as worden hierdoor gewijzigd. |
|
|
De zoom-aanwijzer voor de
tijdsas wordt geactiveerd door
de x-as aan te wijzen. Houd de linkermuisknop ingedrukt en definieer het
zoomgebied door te slepen. |
|
|
De verplaats-aanwijzer wordt gebruikt
voor twee zaken: 1. om
een rij of kolom van de infotabel te verplaatsen; 2. om
de posities van Y-assen te verwisselen; klik en sleep de te verplaatsen Y-as
naar de as waarmee u deze wilt wisselen. |
|
|
De aanwijzer voor het aanpassen van de hoogte of breedte verschijnt
tussen twee rijen of kolommen in de infotabel. Klik en sleep om deze aan te
passen. |
|
|
De aanwijzer voor de digitale cursors verschijnt als er een van de twee
digitale cursors in de grafiek wordt aangewezen. Deze aanwijzer word gebruikt
om cursors naar een bepaald punt in de grafiek te verslepen opdat de gegevens
van dit punt in de infotabel worden getoond. Klik en sleep om de cursor over
de tijdsas te verplaatsen. |
De hoeveelheid
verzamelde meetgegevens is vaak zo groot dat de resolutie en de details
verloren gaan als de hele registratie in één scherm wordt weergegeven. Er zijn
verschillende zoommogelijkheden beschikbaar om u in staat te stellen nader te
kijken naar interessante secties van de registratie. Deze verschillende
zoommethoden zorgen ervoor dat u selectief of collectief vergrotingen op de
registratie kunt uitvoeren.
6.7.2 Zoomen in GebiedZoomt in op elk willekeurig gebied. ·
Door in de
grafiek op de linkermuisknop te klikken en te slepen kunt u een zoom maken
op meerdere grafieklijnen. · Zowel
de Y-assen als de tijdsas worden hierdoor aangepast. |
|
6.7.3 Zoomen op Y-assenZoomt in op Y-assen over de hele X-as. · Klik
en sleep verticaal. · Zoomt
alleen in op de Y-as en laat hierbij de indeling van de tijdsas intact. |
|
6.7.4 Zoomen op TijdsasZoomt in op een sectie van de tijdsas. · Klik
en sleep horizontaal. · Zoomt
alleen in op de tijdsas en laat hierbij de indeling van de Y-as intact.. |
|
6.7.5 De zoom uitvoeren1.
Als het
zoomgebied te klein is geworden kunt u dit vergroten door één van de blokjes
te verslepen. 2.
Houd de
linkermuisknop ingedrukt in het zoomgebied om dit te verplaatsen. 3.
Klik één
keer in het zoomgebied om de zoom uit te voeren. |
|
|
|
6.7.6 Zoom afbreken1.
Als u
tijdens het zoomen dit proces wilt afbreken kan dat door op de rechtermuisknop
te klikken zonder dat u de linkermuisknop loslaat. 2.
Een reeds
gedefinieerd zoomgebied verwijdert u door buiten dit gebied te klikken. |
|
||
6.7.7 Zoomen per Y-asZoomt in op het geselecteerde interval van één Y-as. ·
Door met
de linkermuisknop te klikken en te slepen op een Y-as, kunt u inzoomen op
deze Y-as. De andere Y-assen en de tijdsas worden daarbij niet aangepast. ·
Er wordt
slechts één Y-as aangepast. ·
Al het
andere blijft ongewijzigd. |
|
|
|
6.7.8 Zoomen op TijdsasZoomt in op het geselecteerde tijdsinterval van
de X-as. ·
Door met
de linkermuisknop te klikken op de tijdsas kunt u inzoomen op een specifiek
tijdsinterval. ·
De X-as
wordt herschaald. ·
De Y-assen
blijven ongewijzigd. |
|
|
|
6.7.9 ElastiekzoomenDit is een unieke, door INTAB geïntroduceerde
zoommethode. Assen worden gewijzigd alsof ze aan een elastiek zitten. Probeer
het uit en ontdek deze simpele manier om de schaalverdeling van uw grafiek
te wijzigen. |
|
|
|
Alle onderstaande werkwijzen kunt u toepassen op de Y-assen en op de
tijdsas
|
|
|
Deze zoommethode
is handig als u uw meetgegevens via de kalender wilt analyseren, bijvoorbeeld
per dag of per week.
Deze zoommethode kunt u activeren in het menu Eigenschappen/Grafiek bij het
tabblad Tijd.

Door op een van de ‘vlaggen’ te klikken zoomt u in op de overeenkomstige
periode. Als u voldoende vlaggen hebt geactiveerd kunt u ook uitzoomen door op
een vlag van een langere periode te klikken. Inzoomen op week 25 in
bovenstaande grafiek heeft het volgende resultaat.

De snelste manier om een grafiek te herschalen,
zodat alle signalen volledig zichtbaar worden, is een muisklik op de knop
Herschalen.
|
Vóór het Herschalen |
|
||
|
|
Klik op |
||
|
|
|
||
|
|
Na het Herschalen |
|
|
|
Alle assen zijn
zodanig ingesteld dat alle metingen binnen de tijdsas zichtbaar zijn. Hierbij
is een kleine marge aangehouden om de leesbaarheid te vergroten. |
|
|
|
Houd er hierbij rekening mee dat het juiste venster actief is voordat u
de opdracht geeft, mocht u meerdere vensters open hebben.
(Een ander voorbeeld hiervan is het commando “Kopiëren” dat ook naar het juiste
venster moet verwijzen om te doen wat u verwacht. Het zou gegevens van een
ander venster kunnen kopiëren of zelfs een tabel kunnen kopiëren terwijl het
eigenlijk in uw bedoeling ligt een afbeelding van de grafiek op te nemen in het
document dat u met bijvoorbeeld MS-Word maakt.)
Ook
is een kijkje waard. Deze knop werkt
hetzelfde als de knop Herschalen, maar heeft betrekking op de tijdsas, zodat de
gehele registratie zichtbaar wordt.
|
|
Commentaarvelden
worden gebruikt om specifieke informatie toe te voegen aan een bepaald punt
in een grafiek. Er zijn twee manieren om ze
te plaatsen. De eerste manier staat beschreven in hoofdstuk 6.6
Versleep het
veld naar een geschikte positie en laat de muisknop los. Het commentaarveld
is |
nu via een
stippellijn gekoppeld aan het punt in de grafiek. Het gele commentaarveld toont
het kanaallabel alsmede de waarde en de eenheid van het punt in de grafiek
waaraan het is verankerd. Dit ‘verankeringpunt’ kan worden verplaatst door te
klikken en te slepen.
|
Klik met de
rechtermuisknop op het commentaarveld en kies Eigenschappen. Het hier rechts
staande menu verschijnt. In het tekstveld kunt u uw eigen commentaar
toevoegen. |
|
<eenheid>
de gemeten waarde met zijn eenheid op van het verankeringpunt. U kunt deze
informatie dus ook vervangen door uw eigen tekst.
Vink "Toon lijn" aan als u de stippellijn tussen het commentaarveld en het
verankeringpunt wilt zien. Zonder deze lijn kan het veld meer algemene
informatie bevatten.
Vink "Alleen in dit tabblad" aan als u het commentaarveld alleen in het huidige tabblad wilt
tonen.
Sommige
commando’s vergen extra instellingen voordat ze worden uitgevoerd. Er zijn
diverse vensters om deze extra instellingen aan EasyView toe te voegen. Dit
hoofdstuk behandelt de menu’s, submenu’s, commando’s en vensters in dezelfde
volgorde (van links naar rechts) als die van de werkbalk.
|
Het zal u niet verbazen dat u in dit menu onder andere de functies
aantreft die betrekking hebben op bestanden: Openen, Opslaan en Nieuw. De logger- en printerinstellingen worden ook via dit menu aangestuurd. 7.2.1 NieuwZo opent u een leeg document. Gegevens kunnen op de volgende manieren
worden ingevoerd: ·
gebruikerkanalen
toevoegen ·
een tabel
aanklikken en verslepen ·
een tabel
vanuit het klembord plakken |
|
|
Bestand / Logger - Start/Stop/Offload |
Ctrl + L |
|
Dit venster is
voor het starten van een nieuwe registratie of om registratie uit een logger
op te halen. |
|
Zie “PC-Logger registraties” of “Tinylogger registraties”
Deze paragrafen bevatten informatie over de instellingen en het starten van een
registratie alsmede over het ophalen van registraties.
Bestand/Openen Ctrl + O
Dit venster omvat vele functies. De meest voor de hand liggende is het openen
van registraties.
De Snel lijst vereenvoudigt het omschakelen tussen de verschillende mappen
waarin u uw registraties bewaart.

Toont het pad
naar de map met actieve registraties. Klik op
en
dubbelklik vervolgens verder op de manier zoals u dat van Windows gewend bent.
Lijst
geeft u de mogelijkheid een korte omschrijving te geven aan de
mappen waar u uw registraties bewaart. Onderschat het gemak hiervan niet. Laten we aannemen dat u een map gebruikt in
het netwerk met het pad: "H:\BEDRIJF\GEBRUIKER\OSCAR\AAC2\DOC" en u
bewaart ook registraties op uw lokale harde schijf op het pad
"C:\BEDRIJF\AAC2". In plaats van elke keer dit pad via “Zoek Pad” in
te stellen kunt u ze in de Snel lijst de namen “Netwerk” en “Lokaal” meegeven.
Uw registraties
kunnen worden gesorteerd op een van de criteria uit de tabel.
U kunt sorteren op Starttijd, Titel, Duur van de registratie of Meetinterval
door simpelweg te klikken op de kop van de kolom waarop u wilt sorteren. Met
een tweede klik op die kolom kunt u schakelen tussen oplopend of aflopend.
·
Selecteer
een registratie door erop te klikken.
·
Selecteer
meerdere, aangrenzende registraties door de linkermuisknop ingedrukt te houden
en te slepen of anders door op de eerste registratie te klikken en vervolgens
op de laatste terwijl u de Shift-toets ingedrukt houdt.
·
Selecteer
meerdere, niet aan elkaar grenzende registraties door de gewenste registraties
aan te klikken terwijl u de Ctrl-toets ingedrukt houdt.
Klik op de
registratie die u wilt zien en klik op Openen.
Ook kunt u de
registratie openen door erop te dubbelklikken.
Zie ook de onderstaande paragraaf over het openen van gecombineerde
registraties.
Via de optie
Bestandstype kunt u kiezen welk type bestand u wilt openen. Er zijn vijf
(Pro) alternatieven:
·
EasyView
bestanden (.ezv)
·
PC-soft
bestanden (Hx.aac + Dx.aac) (alleen in Pro)
·
Gemini GLM
bestanden (.ttd)
·
Tekstbestanden (.txt, .skv, .csv) (alleen in Pro)
·
Tijdelijke
bestanden (~evxxxx.tmp)
EasyView-bestanden worden automatisch geopend met de instellingen zoals die
zijn geprogrammeerd. Andere bestandstypen worden tijdens het openen
geconverteerd naar het ezv-formaat. Zodra u dit geconverteerde bestand opslaat,
wordt er een EasyView bestand van gemaakt.
Ondanks zeer
betrouwbare stroomvoorziening, computers, besturingssystemen en programmatuur
kan het voorkomen dat uw computer "crasht". Het verlies van waardevolle
gegevens als gevolg van een crash stemt niet tot vrolijkheid!
Onze programmeurs hebben hierin voorzien door EasyView te laten werken met een
tijdelijk bestand dat op gezette tijden wordt bijgewerkt.
Tijdelijke bestanden hebben de volgende notatie: ~ev1234.TMP. Ze worden automatisch verwijderd als EasyView op de
normale manier wordt afgesloten. Bij een crash worden deze bestanden, waarin uw
gegevens bewaard zijn gebleven, toegankelijk.
Bij "Bestandstype" staat
een vak waarin u het te tonen type bestanden kunt selecteren.
·
Klik op
“Tijdelijke bestanden” en selecteer het bestand.
·
Klik op
“Openen”
·
Sla het
bestand dan via “Bestand/Opslaan als…” onmiddellijk op zodat u het bestand niet
meer kwijt kunt raken.
LET OP: Het
tijdelijke bestand wordt automatisch verwijderd zodra EasyView wordt
afgesloten. Als u de registratie niet op de correcte manier hebt opgeslagen,
zal deze permanent verloren gaan.
Registraties
kunnen naar andere mappen of schijven worden gekopieerd.
·
Selecteer de
registratie(s) die u wilt kopiëren.
·
Klik op
kopiëren.
·
Selecteer
het doelstation en de map in het venster “Selecteer adres”.
Registraties die
niet meer bewaard hoeven te worden, kunt u verwijderen door ze te selecteren en
vervolgens op “verwijderen” te klikken.
Selecteer een
registratie waarvan u weet dat die bruikbare instelgegevens bevat voor uw
huidige taak en klik op “Nieuw”.
Nu wordt de "Start wizard" opgestart.
Met deze knop
kunt u een lijst van alle registraties af laten drukken.
Door
verschillende grafiekdocumenten te combineren wordt het eenvoudig de
verschillen van twee of meer registraties te analyseren.
|
1.
Door
meerdere bestanden aan te klikken selecteert u de registraties die u wilt
combineren. (Meer dan één…) 2.
Klik op
‘Openen’. Het hier rechts staande venster verschijnt. Om
geheugencapaciteit te besparen kunt u de registraties koppelen in plaats van
ze te kopiëren in een groot bestand.
Vink het vakje “registraties koppelen” aan én… lees de waarschuwing
die daaronder staat! |
|
Dit venster biedt
u drie manieren om uw nieuwe, gecombineerde registratie te tonen.
|
· Afzonderlijk |
Elke registratie
wordt in een afzonderlijk venster geopend. |
|
|
· Gecombineerd |
Registraties
worden gecombineerd in één venster waarbij elk kanaal zijn oorspronkelijke
tijd behoudt. |
|
|
· Gecombineerd |
Registraties
worden gecombineerd in één venster waarbij de starttijd van elk kanaal op hetzelfde
punt begint. |
|
Het kan gebeuren
dat de nuttige informatie van een registratie veel korter is dan de registratie
zelf. Het is mogelijk een ingezoomd venster op te slaan als een nieuw document.
Zodra u dat hebt gedaan is het dus mogelijk die veel te lange registratie te
verwijderen.
U gaat als volgt te werk:
·
Creëer, als
u wilt, een nieuw tabblad.
·
Selecteer de
kanalen die moeten worden getoond.
·
Zoom in op
het gebied dat voor u interessant is.
·
Klik op
Bestand/Open venster als nieuw document.
·
Klik op
Bestand/Opslaan als…om dit beeld als bestand te bewaren.
In het nieuwe document wordt alleen dit beeld bewaard. Als het alles toont wat
voor u van belang is, kunt u evengoed de oorspronkelijke registratie
verwijderen. Verzeker u ervan dat alles naar wens is voordat u uw
oorspronkelijke registratie verwijdert.
|
Bewaar alleen
relevante gegevens |
Verwijder deze
te lange registratie |
|
|
|
Normaal gesproken
klikt u op het bovenstaande pictogram of kiest u Bestand/Opslaan om uw bestand met al zijn instellingen te
bewaren. In EasyView bestaat ook het commando “Bestand/Opslaan als...” Dit
geeft u de mogelijkheid een kopie van het geopende bestand te maken op het
opslagmedium van uw keuze. Bijvoorbeeld: bestanden die vanaf de netwerkserver
zijn geopend, kunnen lokaal, op uw eigen harde schijf, worden opgeslagen.
Eigenlijk hoeft u
dit niet te weten maar...
Om het risico van beschadigde of verloren registraties te minimaliseren werkt
EasyView met tijdelijke bestanden. Deze tijdelijke bestanden (extensie tmp)
worden telkens wanneer u een registratie (extensie ezv) opent, een nieuwe
on-line registratie start of gegevens van een off-line registratie ophaalt,
gecreëerd en zijn exacte kopieën van het origineel. Ze worden automatisch
verwijderd zodra u de bestanden op de correcte manier afsluit.
Deze tijdelijke
bestanden hebben onderstaande voordelen in LANs:
Documenten die op een gedeeld station worden opgeslagen, kunnen op een lokale
computer worden geopend.
1. Geopende tijdelijke kopieën kunnen via
“Opslaan als…” op elk willekeurig station en in elke willekeurige map worden
opgeslagen.
2. On-line registraties naar een gedeeld
station kunnen op een locale computer worden bekeken. De enige beperking
hierbij is dat de grafiek niet real time kan worden opgetekend. Sluit en open
het bestand om de nieuwste stand van zaken te krijgen. Elke 2 minuten wordt de
on-line registratie door de server vernieuwd op voorwaarde dat de registratie na het starten eerst eenmaal wordt
opgeslagen!
Voor wie het
kruisje in de rechterbovenhoek nog niet heeft gevonden, hebben we dit commando
toegevoegd.
Dit is een
hulpmiddel uw registratie via e-mail te versturen.
Hier bewaart u uw
instellingen als een voorbeeld om vaker voorkomende registraties snel in te
kunnen stellen.

Lees hierover meer in het betreffende hoofdstuk.
Via
Bestand/Eigenschappen krijgt u de padnaam van de huidige registratie te zien.

|
Bestand/Connecties |
|
|
|
|
Bestand/Connecties/Connecties tonen
|
|
|
Bestand/Connecties/Connectie
instellingen
|
Bij normaal gebruik is het niet nodig
deze instellingen te wijzigen. |
|
(Alleen beschikbaar in de Pro-versie van
EasyView.)
Inmiddels ondersteunt EasyView een groot aantal systemen voor data acquisitie.
De meeste eigenschappen zijn voor al deze systemen dezelfde: data acquisitie, presentatie en opslaan.
Een project is een “vat” dat dit
soort informatie bevat om het instellen van vaker voorkomende registraties aanzienlijk te vereenvoudigen. Een project kan via snelkoppelingen
worden gestart, gestopt en uitgelezen, al dan niet vanuit
EasyView.
Om een nieuw project te maken moet de logger op de computer zijn aangesloten.
Eenmaal gecreëerd kan een project zonder enige beperkingen worden gewijzigd
zonder dat de logger aangesloten hoeft te worden.
Een
project bestaat uit vier onderdelen:
|
|
- Communicatie-interface zoals de COM-poort, etc. |
Lees hierover meer in het hoofdstuk Project Manager.
|
Bestand/Logger Historie |
|
|
|
|
|
Bestand/EasyTerm |
|
Dit is een
testprogramma. U kunt het het beste vergelijken met een terminalprogramma. Hiermee kunt u direct, in ASCII-opmaak,
met de logger communiceren.
EasyTerm wordt door ervaren gebruikers gebruikt om, bijvoorbeeld,
instellingsgegevens uit de logger te halen.
Zie de “Command manual” voor meer informatie over de beschikbare commando’s.
(Deze handleiding is alleen van nut als u van plan bent uw eigen software te
schrijven.)
Instellingen :
·
Selecteer de
Baud rate en de COM-poort.
·
Activeer de
poort via Extra/Poort openen.
Commando’s:
·
Type uw
commando’s in het invoerveld en sluit af met Enter. De commando’s worden getoond in het veld Computer(DTE). De antwoorden van de logger ziet u in
het veld Verbinding (DCE).

|
Bestand/Afdrukken |
|
|
|
|
|
|
Vink het hokje
voor de Grafiek aan als u die wilt afdrukken. ·
Grafiek ·
Infotabel ·
Gegevenstabel ·
Formules ·
Notities ·
X/Y-diagram
|
|
|
|
Houd er rekening mee dat de
kop- en voettekst "globaal" zijn. Ze worden niet aan het document
toegevoegd.
|
|
Dit vernuftige
venster heeft een apart invulveld voor een koptekst en een voettekst. Het
laat zich wel raden welke waarbij hoort… |
in twee tabbladen
waar u kop- en voettekst in kunt toevoegen. Wellicht wilt u alleen maar een
kop- en voettekst op de eerste pagina. In dat geval laat u “Alle pagina’s”
leeg.
De knoppen in het
midden van het venster vragen om enige uitleg. Ze leveren "variabele
informatie" zoals datum en tijd.
|
|
Via deze knop
worden systeemdatum en tijd bij het printen toegevoegd.
|
|
|
Hiermee wordt
alleen de systeemtijd aan het document toegevoegd. |
|
|
De af te
drukken pagina’s krijgen een paginanummering als u deze optie kiest. |
|
|
Het document is
eigenlijk een bestand. Met behulp van deze knop worden de bestandsnaam en het
pad geprint. |
|
|
Deze knop voegt
de allerbelangrijkste informatie toe: DE TITEL VAN DE REGISTRATIE! |
|
|
Indien u alleen
een selectie van een registratie wilt afdrukken, kunt u hiermee de naam van
het tabblad toevoegen. |
Gekleurde
grafieken worden automatisch geprint in verschillende grijstinten. Mogelijk is
dat echter niet afdoende om de lijnen van elkaar te onderscheiden.
Pas één van de
volgende opties toe om de leesbaarheid te vergroten:
·
Klik met de
rechtermuisknop in het grafiekgebied.
Kies Eigenschappen/Presentatie en probeer verschillende lijnstijlen:
Tekenstijl, Punten, Lijnstijl en Lijndikte.
·
Voeg een
commentaarveld toe aan situaties die moeilijk te onderscheiden zijn: klik
op
,
positioneer de aanwijzer en sleep een rechthoek. Klik op de rechtermuisknop
om uw tekst toe te voegen.
|
Bestand /
Afdrukvoorbeeld |
|
|
Het
Afdrukvoorbeeld presenteert de grafiek op dezelfde wijze als hij er op papier
gaat uitzien. |
|
|
Bestand /
Printerinstelling |
|
|
·
Selecteer printer. Maak een selectie uit een
standaard- of een specifieke printer.
·
Oriëntatie is alleen van toepassing bij de ”Historie” |
|
Raadpleeg uw
Windows-handleiding voor meer informatie over printen.
|
|
Dit menu volgt
de standaard Windows lay-out en heeft twee belangrijke functies. De eerste functie is om wijzigingen aan de
grafiek Ongedaan te maken of juist ze Opnieuw uit
te voeren. De tweede functie is het kopiëren van numerieke of
grafische informatie naar het klembord. |
|
Bewerken/Ongedaan
maken |
|
Maakt
herschalingen van de grafiek ongedaan. Klik op Ongedaan maken als u het spoor bijster bent of als u gewoon terug
wilt naar de vorige zoom. Deze functie kent aparte buffers voor de grafiek en
voor “plug-ins” als het X/Y-diagram.
|
Bewerken/Opnieuw
uitvoeren |
|
Opnieuw
uitvoeren is in feite het ongedaan maken weer ongedaan maken. Op die manier kunt u wisselen tussen twee beelden door beurtelings
Ongedaan maken en Opnieuw uitvoeren te kiezen.
|
Bewerken/Knippen
etc. |
|
Deze menu’s
werken op de manier die u verwacht bij tekst in het notitieveld of bij
formules.
Daarnaast heeft Kopiëren
een uitgebreidere functie. Zie hieronder.
|
Bewerken/Kopiëren |
|
Het raakt steeds meer ingeburgerd om goed
ogende rapportages te maken in plaats van simpele printjes. Om die reden
bestaan binnen EasyView uitgebreide exportmogelijkheden. Bijna elk onderdeel
van EasyView kan in een bruikbaar formaat worden geëxporteerd.
Activeer de Infotabel (boven de grafiek).
Klik op het pictogram Kopiëren om de hele
tabel te naar het klembord kopiëren. Uiteraard kunt u ook een selectie uit de
infotabel maken om te kopiëren.
Het meeste profijt behaalt u als u de informatie plakt in een programma dat
RTF-formaten kan lezen, zodat ook de kanaalkleuren worden meegekopieerd.
|
ID |
Label |
Eenheid |
Cursor 1 |
Gem. |
|
01 |
Element boven |
°C |
19,60 |
86,42 |
|
02 |
Element beneden |
°C |
19,60 |
205,69 |
|
03 |
Tip |
°C |
19,80 |
195,09 |
De gegevenstabel is een optie die u kunt
activeren en deactiveren via Extra/Opties.
1.
Klik ergens
in de gegevenstabel om het venster te activeren.
2.
Klik op het
pictogram Kopiëren of kies Bewerken/Kopiëren.
|
EasyView [1/50] |
Element boven |
Element beneden |
Tip |
|
1988-05-18 17:00:11 |
19,852 |
21,02 |
20,138 |
|
1988-05-18 17:01:51 |
51,734 |
331,73 |
248,35 |
|
1988-05-18 17:03:31 |
105,51 |
355,04 |
336,58 |
|
1988-05-18 17:05:11 |
122,32 |
349,21 |
332,06 |
|
1988-05-18 17:06:51 |
130,38 |
346,2 |
330,33 |
|
1988-05-18 17:08:31 |
136,13 |
332,46 |
321,5 |
|
1988-05-18 17:10:11 |
120,14 |
202,98 |
214,39 |
|
1988-05-18 17:11:51 |
93,762 |
131,1 |
137,77 |
|
1988-05-18 17:13:31 |
71,868 |
92,2 |
97,002 |
·
Activeer de
gewone grafiek of de X/Y-diagram.
·
Klik op het
pictogram Kopiëren of kies Bewerken/Kopiëren.
Er wordt nu een afbeelding in wmf-opmaak
gekopieerd naar het klembord. Gebruik Bewerken/Plakken in het programma waarin
u de grafiek wilt plaatsen.
Als u wilt kunt u ook Bewerken/Plakken Speciaal gebruiken om een afbeelding in
bitmap-formaat te plakken, mits uw tekstverwerker dit ondersteunt.

|
Bewerken/Verwijderen |
|
Behalve de
gebruikelijke functie om tekst in een notitieveld of formule te verwijderen,
herbergt dit menu de mogelijkheid om kolommen te verbergen. Deze functie wordt
actief als u met de tabellen werkt en
het gebruik hiervan verwijdert geen
informatie. De kolommen in de tabellen worden ermee verborgen.
U selecteert eerst de te verbergen kolom(men).
|
|
Het menu “Beeld” wordt gebruikt om een aantal beeldinstellingen te
wijzigen. Voorbeelden zijn de werkbalken, de voortgangsbalk en de Multimeter. |
|
Beeld/Werkbalken |
|
![]()
De werkbalken verschaffen informatie en geven direct toegang tot de meeste
commando’s. Door ze te verbergen creëert u meer ruimte voor de registratie.
Kies
“Beeld/Werkbalken” om de diverse componenten te tonen of te verbergen. De
knoppen zijn onderverdeeld in kleine groepen waarmee u uw eigen werkbalk kunt
samenstellen.

Om zo’n groep in de werkbalk te verplaatsen, plaatst u de muisaanwijzer tussen
twee knoppen (volgens onderstaand voorbeeld). Sleep het veld vervolgens naar de
gewenste positie.

|
Beeld/Multimeter |
|
De Multimeter kan
een waardevol hulpmiddel zijn bij het aansluiten van de sensoren. Hij toont van
alle aangesloten sensoren de huidige waarde. De werking is te vergelijken met
een normale multimeter met uitzondering van het aantal getoonde kanalen. De
getoonde waarden worden door de logger gemeten met behulp van de ingestelde
parameters. Deze instellingen zijn alleen te wijzigen door een nieuwe
registratie met nieuwe instellingen te starten.
|
|
Vink "Vergroten" aan om de leesbaarheid te verbeteren. |
|
|
In de Start
Wizard kan dit per kanaal afzonderlijk worden geprogrammeerd. |
Normaal gesproken
is het document opgebouwd uit drie vensters: de grafiek, de infotabel en de
plug-ins. Daarnaast is er uiteraard de werkbalk. Dit alles neemt natuurlijk
nogal wat plaats in beslag. De optie “Volledig scherm” toont het actieve
venster beeldvullend.
Dit heeft
dezelfde functie als de knop “Herschalen”: ![]()
|
Beeld/Pagina/
Eerste Laatste Vorige Volgende Alle |
|
Met deze
menukeuzen (of de overeenkomstige knoppen) kunt u door de registratie bladeren.
De term Pagina komt overeen met één X-as aan meetgegevens. Bijvoorbeeld: als de
X‑as één dag lang is, kunt u zeven keer “Volgende pagina” kiezen als uw
registratie een week heeft geduurd. Met “Alle pagina’s” herschaalt u de X-as
zodanig dat de gehele registratie zichtbaar wordt.
Dit is een andere manier om bij de
instellingen van de grafiek te komen.
De tijdbalk vlak boven de grafiek toont de
tijd van het begin- en het eindpunt van de X‑as. Daarnaast worden de
gegevens van de verplaatsbare cursors weergegeven.

De cursortijdbalk toont de absolute tijd
of het tijdsverschil tussen twee punten.
|
Beeld/Real Time |
|
Real
Time tonen van on-line registraties.
Hierbij
worden de signalen getoond terwijl ze worden geregistreerd. De voortgang van de
signalen zal door de real-time tijdsas overeen komen met de werkelijkheid. Vandaar de term "Real Time".
Deze optie wordt actief bij on-line registraties.
Het is daarbij mogelijk meerdere vensters van dezelfde registratie te openen,
elk met een eigen schaalverdeling, om zo verschillende aspecten van de
registratie te kunnen volgen.
De Real Time weergave kan worden gestopt door op
te klikken, waarop het beeld stil blijft
staan. Klik nogmaals en de Real Time weergave begint weer.
De registratie
zelf wordt hierdoor niet beïnvloed.
Er zijn twee
manieren om een real-time registratie weer te geven.
Verschuivende tijd zorgt ervoor dat de nieuwe gegevens rechts worden
toegevoegd terwijl de gehele grafiek naar links opschuift. Als de X-as ‘gevuld’
is zal deze mee opschuiven.
Zonder Verschuivende tijd zal de X-as één
vensterlengte naar links verspringen wanneer die door de registratie is
opgevuld.
|
Dit menu geeft u de middelen om het grafiekdocument geheel naar wens
samen te stellen. |
|
Het venster voor
de eigenschappen van de infotabel wordt gebruikt voor het toevoegen of
verwijderen van informatie die in de tabel moet worden getoond. Standaard zijn
niet alle mogelijkheden afgebeeld teneinde de leesbaarheid te vergroten.

Selecteer in de linker- of rechterkolom de informatiekolommen die u wilt tonen
of verbergen. Klik vervolgens op één van de pijlknoppen om ze te verplaatsen.
|
Kanalen selecteren In de twee
vensters Tonen en Verbergen is zichtbaar welke kanalen
al dan niet in de grafiek worden getoond. ·
Selecteer
in het venster “verbergen” welke kanalen u wilt weergeven en klik op ·
Houd de
Ctrl-toets ingedrukt om meerdere kanalen te selecteren. |
|
|
Veranderen
van de oorsprong en het bereik van de Y-as. Door te
dubbelklikken op de index van de Y-as (of door te klikken met de rechtermuisknop
en vervolgens Eigenschappen te kiezen) roept u dit venster op. Pas de waarden
aan om ze aan uw wensen te laten voldoen. |
|
De instellingen
en de schrijfwijze van de tijdsas worden via dit venster aangepast.

Van – Tot
Wat
u hier invult hangt mede af
van de notatie die u in de labeldefinities hebt gekozen. De standaardnotatie is
“Kalendertijd”. Als u bijvoorbeeld kiest voor “Tijd vanaf start” zal het
beginpunt van de registratie worden getoond als tijdstip ‘nul’, dat wil zeggen:
000-00:00:00. Met
andere woorden, de tijd die sinds het begin van de registratie is verstreken,
wordt getoond.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vier alternatieven voor de
tijdsas:
|
Eerste label toont |
Andere labels tonen |
Resultaat |
|||
|
Kalendertijd |
Kalendertijd |
Alle indexen op
de tijdsas worden weergegeven als actuele tijd en datum. |
|||
|
Kalendertijd |
Tijd vanaf oorsprong |
Dit zorgt
ervoor dat op de X-as de tijd wordt getoond die sinds het begin van de
registratie is verstreken (w, d, h, m of s). De oorsprong wordt nog steeds
getoond als absolute tijd. |
|||
|
Tijd vanaf
start |
Kalendertijd |
Gebruik deze
combinatie als u de tijdsintervallen wilt vergelijken en niet geïnteresseerd
bent in de absolute tijd. Deze notatie neemt echter veel ruimte in beslag.
Probeer ook eens een andere lettergrootte. |
|||
|
Tijd vanaf
start |
Tijd vanaf
oorsprong |
De oorsprong
wordt getoond als |
|
|||
Opmerking:
(Gebruikers die ook met de software voor de PC-logger hebben
gewerkt, zijn wellicht geholpen met de volgende informatie:)
"Kalendertijd" kan het beste worden vergeleken met de oude term "Absolute Tijd".
"Tijd vanaf oorsprong" is te vergelijken met de oude term
"Extent", de enig beschikbare tijdsnotatie in de PC-logger-software
voor MS-DOS.
Toon vlaggen bij..
Vink het hokje
van uw keuze aan om op de ingestelde perioden indicatielijnen met ‘vlaggen’ te
krijgen.
Mogelijke keuzes zijn:
Automatisch
|
Jaar |
|
Deze vlaggen kunnen ook als in- en uitzoomgereedschap dienen. Lees hierover
meer in het betreffende hoofdstuk.
Dubbelklik in het
grafiekgebied of ga via de rechtermuisknop naar de eigenschappen. Selecteer
vervolgens het tabblad Presentatie.

Selecteer één of meerdere kanalen om de weergave daarvan te wijzigen.
Stijl Kies tussen een lijn
van punt naar punt of een staafsgewijze optekening.
Punt Voeg kenmerken toe aan
de lijn opdat hij makkelijker te onderscheiden is.
Decimalen Pas het aantal decimalen aan dat
in de infotabel wordt getoond.
De overige mogelijkheden spreken voor zich.

Lineaire Omzettingen
Voeg lineair
getransformeerde signalen toe aan uw grafiekdocument.
Omzettingen van "ruwe" loggergegevens kunnen in dit menu worden
geprogrammeerd. Niet alleen kunt u hier een lineaire transformatie instellen, u
mag daarbij ook zelf kiezen welke eenheid u aan het getransformeerde kanaal
wilt geven. In feite is deze omzetting een interpolatie langs een rechte lijn
gedefinieerd door twee paar waarden.
Ook hier kunt u meerdere kanalen selecteren door met de muis te slepen of de
Ctrl- of Shift-toets ingedrukt te houden.
Een voorbeeld:
De relatie tussen
graden Celsius en graden Fahrenheit is
lineair. Graden Celsius kan dus
eenvoudig worden omgezet in °F.
Het ingangssignaal is in °C en wordt geconverteerd “naar eenheid” °F. U
weet vast wel dat 0°C overeenkomt met 32°F en dat 100°C net zo heet is als
212°F. Voer deze waarden volgens bovenstaand voorbeeld in.
Nog een voorbeeld:
Gebruik makend van een constant current source van 500mA om temperatuur met een Pt100
sensor te meten, kan dit signaal normaal gesproken lineair worden omgezet
zonder dat de afwijking te groot wordt. Bij 0°C is een Pt100 dus 100W en
bij 266.4°C is hij 200W.
Volgend de wet van Ohm (U=R*I) is eenvoudig te herleiden
dat 50mV overeen komt met 0°C en
dat100mV overeen komt met 266.4°C.
Vul derhalve 100 in bij “Hoog van” en 266.4 bij “Hoog naar”. Ga naar “Laag van”, vul hier 50 in, en zet tenslotte
een 0 in het vakje “Laag naar”.
Vink ”Lineaire omzetting” aan om
de transformatie te activeren.
In het bovenste
invulveld kunt u de titel van de registratie wijzigen. Dit is ook de titel die
u ziet bij het openen van de registratie.
In het onderste veld staat de bedrijfsnaam die u tijdens de installatie van de
software hebt ingevuld. Hier bestaat de mogelijkheid deze alsnog te wijzigen.
Deze informatie wordt dan voortaan bij alle registraties gebruikt.

De derde
keuzemogelijkheid bij “Eigenschappen” is afhankelijk van de actieve plug-in:
·
Gegevenstabel
·
Histogram
·
X/Y-diagram
·
Proces
diagram
Via dit menu bereikt u drie verschillende
vensters.
|
De opties worden geactiveerd via
Extra/Opties. Houd de opties die u niet nodig hebt onzichtbaar. Dit houdt de
weergave overzichtelijker en maakt het programma sneller. Plug-ins toevoegen Toegang tot de actieve plug-ins krijgt u
via het corresponderende tabblad in het
grafiekdocument. U kunt de afmeting van dit venster aanpassen. |
|

In dit geval zijn de actieve plug-ins de
Gegevenstabel, Formules, Notities en de
X/Y-diagram.
Deze plug-ins zijn niet in alle versies van EasyView beschikbaar. Onderstaande
tabel toont de mogelijke combinaties:
|
EasyView - Pro |
EasyView - Light |
|
· Notities · Gegevenstabel · Formules · X/Y-Diagram · Histogram · Procesdiagram |
· Notities · Gegevenstabel |
De plug-ins kunnen niet ”dynamisch” worden
geladen, dus terwijl een document is geopend. Sluit eerst alle documenten, activeer
de plug-in en open het bestand opnieuw.
Extra/Lettertype
Dit is het standaard Windows-venster waarin u de lettertypen kunt instellen. Ga
naar het Windows helpmenu voor meer informatie.
Extra/Bestandstype
Dit is de ingang naar het venster waarin u filters kunt samenstellen om
ASCII-tabbellen in EasyView te importeren. De software is in staat diverse
soorten tabellen automatisch te importeren, maar sommige zijn gewoonweg te
moeilijk om te ontcijferen. Bij het samenstellen van de filters is het van
belang dat u een goed inzicht in de opbouw van uw tabellen heeft en dat u weet
wat de ASCII-karakters zijn. Lees hierover meer in het hoofdstuk waarin de
Tekst- en importfilters worden behandeld.
|
Venster/Nieuw
venster |
|
|
"Nieuw
Venster" opent een nieuwe (= nog een) kopie van het actieve venster.
Deze twee (of meer) vensters tonen gegevens van dezelfde registratie maar
kunnen afzonderlijk van elkaar worden ingedeeld om zo aparte secties van
dezelfde registratie te tonen. Eventuele
configuraties zullen niet van toepassing zijn op de nieuwe vensters. |
|
Voorbeeld 1 Maak twee vensters van dezelfde registratie; het ene toont de
gehele registratie terwijl het andere een detail hiervan weergeeft.
Voorbeeld 2 Splits uw meerkanaalsregistratie op in meerdere vensters, elk
met een eigen selectie van kanalen. Een 24-kanaalsregistratie die in twee
vensters van 12 kanalen is opgesplitst, komt de leesbaarheid ten goede, vooral
wanneer de kanalen ongeveer dezelfde waarde hebben geregistreerd.
Er kunnen
maximaal vier vensters tegelijkertijd worden geopend.
|
Venster/ Trapsgewijs |
|
Rangschik vensters en pictogrammen.
De afzonderlijke vensters kunnen op diverse manieren worden gerangschikt.
Gebruik daarvoor één van de volgende alternatieven:
Trapsgewijs
Horizontaal schikken
Verticaal schikken
Geminimaliseerde vensters worden onderin het scherm als pictogrammen weergegeven.
Kies “Pictogrammen schikken” om ze in een overzichtelijke rij te plaatsen als
er meerdere registraties geminimaliseerd zijn.
|
Venster/ 1
Registratie1.EZV |
|
Dit is een lijst van geopende grafiekdocumenten. Klik op één ervan om er een
actief document van te maken. Het actieve document staat aangevinkt. U kunt ook
via Ctrl‑F6 bladeren tussen de bestanden.
|
Dit venster opent u door op |
|
Plug-ins toevoegen
In de bovenste lijst ziet u Gegevenstabel,
Formules, Histogram en Notities aangevinkt. Dit zijn de zgn. “Plug-ins", wat betekent dat u
ze naar believen kunt toevoegen. Er is geen begrenzing in het aantal plug-ins
dat u getoond wilt hebben. Deze objecten kunnen niet dynamisch worden geladen,
dat wil zeggen als een registratie is geopend. Het is noodzakelijk dat de
registratie eerst wordt afgesloten voordat u de plug-ins activeert. Daarna kunt
u het document weer openen.
|
Lineaire Omzetting |
Zet uw proces signaal om in een willekeurige
eenheid. |
|
|
|
Deze optie kunt u op elk moment activeren, dus ook dynamisch. Evenals de
plug-ins is deze optie niet actief na de installatie van EasyView.
“Notities” is een eenvoudige tekstverwerker die u
kunt vergelijken met het Kladblok van Windows. Ook hier werken de gebruikelijke
toetsen als pijlen, Del., Home, End etc.
Voor elk grafiektabblad is een notitieveld beschikbaar om uw eigen opmerkingen
te plaatsen. In deze velden kunt u bijzonderheden noteren over de registratie
die u aan het analyseren bent. U zult deze mogelijkheid beslist waarderen
wanneer u een jaar nadien de registratie opent en de notities aantreft waarin u
de details van de registratie hebt toegelicht.
Ook de gegevenstabel is een Plug-in. Alle plug-ins
zijn zichtbaar in het meest rechtse venster van EasyView. Ze worden geactiveerd
via het venster ‘Extra’.
De gegevenstabel geeft de registratie in tabelvorm (ASCII) weer. Alleen de
gegevens van het geselecteerde tijdsinterval wordt getoond.
Alle kanalen die in de grafiek staan worden weergegeven
in de gegevenstabel. Als u een kanaal in de gegevenstabel wilt verbergen
volstaat het dit betreffende kanaal te verbergen in de grafiek. Hetzelfde gaat
op voor het tijdsinterval van de gegevenstabel. Als u een ander gedeelte van de
registratie in de gegevenstabel wilt zien, zoom dan in of uit op de tijdsas van
de grafiek.
Zelfs de beste gebruiker kiest wel eens een te
kort meetinterval. Dit resulteert vaak in een oncontroleerbare hoeveelheid
meetgegevens waarin de relevante gegevens verloren gaan. Datareductie, een mogelijkheid waarop velen hebben
gewacht, is juist om die reden toegevoegd aan de gegevenstabel. Deze functie
verandert niets aan de bestaande gegevens maar reduceert de hoeveelheid
gegevens door hiervan de gemiddelden weer te geven. De reductiefactor, die de
gebruiker bepaalt, kan vrijelijk variëren tussen 1 (geen reductie) en n (n =
totaal aantal metingen).
Volg onderstaande stappen om de hoeveelheid data te reduceren:
·
Dubbelklik
in de meest linkse kolom van de gegevenstabel.
·
Kies een
reductiefactor tussen 1 en n en klik op OK.
De gegevenstabel vertoont nu gemiddelde waarden.
Als de gegevenstabel informatie bevat die u wilt
exporteren, activeert u de gegevenstabel en kiest u Bewerken/Kopiëren. Bij
grote hoeveelheden data kan dat even duren. Een voortgangsbalk houdt u op de
hoogte van het tijdsverloop.
Als het kopiëren is gelukt, kunt u de gegevens in elk willekeurig programma
plakken.
Tijdens registraties kan het wenselijk zijn
informatie toe te voegen van meetapparatuur die geen verbinding met de PC
heeft. Denk hierbij aan waarden die moeten worden afgelezen van een schaal of
een numeriek display.
Deze metingen kunnen van belang zijn voor de geldigheid van andere parameters.
Het is dan ook mogelijk deze geobserveerde gegevens handmatig toe te voegen.
Deze toegevoegde kanalen heten “Gebruikerskanalen”.
Gebruikerskanalen zijn kolommen in de gegevenstabel.
|
|
Klik met de rechtermuisknop in de gegevenstabel
en kies “Kanalen van gebruiker” om het hier links afgebeelde venster te
krijgen. Hierin treft u de bestaande
gebruikerskanalen én uw gereedschap deze toe te voegen, te verwijderen of te
wijzigen. Verdere uitleg is overbodig. Toch? |
|
|
|
|
Zodra u uw gebruikerskanalen hebt ingesteld,
ontstaat een nieuw, leeg kanaal in de gegevenstabel. Plaats de aanwijzer op
de cel die overeenkomt met de tijd waarop u uw waarneming deed en klik. Voer
nu de waarde in. |
|
EasyView is ontwikkeld op het principe dat het de
enige applicatie is die u nodig hebt om uw verzamelde meetgegevens te bewerken
en te analyseren. Er zou geen noodzaak moeten zijn uw meetgegevens naar andere
programma’s te exporteren.
De mogelijkheid om op de verzamelde gegevens formules toe te passen is daarom
onontbeerlijk.
EasyView heeft zeer krachtige rekenfuncties. Formules of polynomen die
constanten, kanaalwaarden en variabelen bevatten en bovendien alle mogelijke
rekenfuncties kunnen uitvoeren, zijn eenvoudig samen te stellen. Ze kunnen in
grafiek- of tabelvorm worden getoond.
De veelzijdigheid van deze functies gaat veel
verder dan de mogelijkheden die de bekende spreadsheet programma’s u kunnen
bieden. De enige beperking is de fantasie van de gebruiker.
Opmerking!
In de volgende paragrafen staat vermeld hoe formules worden geschreven.
Daarnaast worden alle beschikbare operatoren en functies toegelicht. Deze
informatie is toereikend voor een ieder die de rekenkundige kracht van dit
softwarepakket wenst te benutten.
Hoe de berekeningen in uw toepassing kunnen worden toegepast is aan u om uit te
vinden. Om uw hersenen wat te trainen en om uw enthousiasme over formules op te
wekken, hebben we aan het slot van deze paragraaf een aantal voorbeelden
opgenomen.
Houd er rekening mee dat het lijstscheidingsteken en het decimaalsymbool,
zoals ingesteld bij de ‘Landinstellingen’ van het Windows configuratiescherm,
bij het samenstellen van de formules moeten worden gebruikt.
In Engelstalige landen is het decimaalsymbool een komma (,) en in de rest van
de wereld een punt (.) Het lijstscheidingsteken is normaal gesproken een komma (,) of een puntkomma (;).
· Open
het plug-in venster door de rechterzijde van de grafiek naar links te slepen.
· Klik
op het tabblad Formules om het
onderstaande venster te openen.

De opties: Functies, Eenheden, Variabelen, Sleutelwoorden etc. ziet u aan de linkerkant. U kunt ze verkennen door op de “+”
te klikken.
|
|
Dit activeert lijsten waaruit u onderdelen van de formule kunt knippen en
plakken. Deze manier van werken spaart veel tijd en vereenvoudigt het
‘bouwen’ van correct geschreven formules.
|
|
|
|
Een formule is altijd opgebouwd volgens
onderstaande structuur:
GRAPH ”resultante” (eenheid) = formule (genereert
zichtbare grafiek)
GRAPH ”resultante” = formule (geen
grafiek zichtbaar)
U kunt natuurlijk de hele formule zelf invullen
als u dat wilt, handiger is om de ‘bouwstenen’ in de linkerlijst te gebruiken.
Dit verkleint de kans op fouten.
Hieronder krijgt u een instructie om stap voor
stap de formule
GRAPH ”Vermogen” (kW)=Stroom*Spanning
samen te stellen. Stroom en Spanning zijn daarbij
geregistreerde kanalen.
|
Actie |
Resultaat |
|
1. Klik op GRAPH in de
sleutelwoordenlijst. |
GRAPH |
|
2. Type ”Vermogen” |
GRAPH ”Vermogen” |
|
3. Type ( |
GRAPH ”Vermogen”( |
|
4. Type kW |
GRAPH ”Vermogen”(kW |
|
5. Type ) |
GRAPH ”Vermogen”(kW) |
|
6. Type = |
GRAPH ”Vermogen”(kW)= |
|
7. Klik op Stroom in de
variabelenlijst. |
GRAPH ”Vermogen”(kW)=Stroom |
|
8. Klik op *
in de eenhedenlijst. |
GRAPH ”Vermogen”(kW)= Stroom* |
|
9. Klik op Spanning in de
variabelenlijst. |
GRAPH ”Vermogen”(kW)= Stroom*Spanning |
Dat viel mee, nietwaar?
Als u de formules liever handmatig invoert, houd u
dan rekening met het volgende:
·
Alle functies
en eenheden worden in hoofdletters getypt.
·
Alle
resultanten worden tussen aanhalingstekens geplaatst als hier een spatie in
staat.
·
Alle
variabelen worden op exact dezelfde wijze getypt als ze in de
variabelenlijst staan.
Uitzondering:
Formules kunnen ook zonder
“eenheid” worden geschreven. Deze formules worden wel berekend - om het
resultaat in latere formules te kunnen gebruiken - maar niet in de grafiek
getoond.
In de volgende paragrafen staan de notatie en de
functie van de rekenkundige opties omschreven. Hierbij zijn de volgende
afkortingen gebruikt:
r - Werkelijke waarde, gemeten waarde of constante.
n - Geheel getal. Argument.
ID - Variabele: kanaal, signaal.
t - Tijd in seconden.
|
Fouten worden in rood weergegeven |
Tijdens het schrijven worden formules
voortdurend gecontroleerd op hun schrijfwijze. Incomplete of foutieve
formules worden in rood weergegeven en zullen geen resultante hebben. |
|
Bij correcte notatie verandert de kleur in zwart |
Zodra de regel correct is, verandert de kleur in
zwart. Daarnaast wordt de grafiek weergegeven. |
|
Fouten worden omschreven |
In de statusbalk verschijnt een melding over de
soort fout die in de formule zit. |
|
Plotten onderdrukken |
Het continue vernieuwen van de grafiek kan
irritant zijn tijdens het typen. Klik met de rechtermuisknop en deactiveer
“Automatisch vernieuwen”. |
|
Vernieuwen als u klaar bent |
Klik met de rechtermuisknop en kies “Vernieuwen”
om het resultaat van uw formule in grafiekvorm te zien. |
|
|
|
|
Functie |
Omschrijving |
|
ABS(r) |
Geeft absolute waarden |
|
ACOS(r) |
Geeft de hoek waarvan de Cosinus (r) is. |
|
ASIN(r) |
Geeft de hoek waarvan de Sinus (r) is. |
|
ATAN(r) |
Geeft de hoek waarvan de Tangens (r) is. |
|
COS(r) |
Geeft de Cosinus van r. |
|
DEG(r) |
Zet radialen om in graden. |
|
EXP(r) |
Exponent van e |
|
FAC(r) |
Berekend de faculteit (!) |
|
FRAC(r) |
Geeft het decimale gedeelte van een waarde. Voorbeeld: FRAC(31.232) resulteert in 0.232 |
|
INT (r) |
Geeft het gehele gedeelte van een waarde. |
|
LN(r) |
Geeft de natuurlijke logaritme van waarden >
0 |
|
LOG(r) |
Geeft de gewone logaritme van waarden > 0 |
|
PWR(x;y) |
Geeft y tot de macht x |
|
RAD(r) |
Zet graden om in radialen. |
|
RND(r) |
Geeft een willekeurig getal binnen het bereik
van het vermogen van de signaalwaarde. 0 en 99 |
|
SGN(r) |
Geeft +1 bij een positief getal en -1 bij een
negatief getal. |
|
SIN(r) |
Geeft de Sinus van r in radialen. |
|
SQRT(r) |
Geeft de wortel van r. |
|
TAN(r) |
Geeft de Tangens van r. |
Functies die beginnen met een ”V” zijn de zgn.
vectorfuncties. Ze worden gebruikt in formules voor een berekening over
meerdere metingen. Gebruik het scheidingsteken (indien van toepassing) dat is
ingesteld in het Windows configuratiescherm.
|
Functie |
Omschrijving |
|
VAVEL(ID;n) |
Geeft voor elk meetpunt de gemiddelde waarde
over 2x +1 metingen. Dat wil zeggen: |
|
VDER(ID) |
Geeft voor elk meetpunt de afgeleide berekend
volgens: |
|
VDER2(ID) |
Geeft voor elk meetpunt de tweede afgeleide
berekend over de vorige en de volgende meting vanaf de huidige volgens: X2 - X1 = 2Dt |
|
VMEDL(ID;n) |
Geeft voor elk meetpunt de gemiddelde waarde van
2n+1 waarden |
|
VPOS (ID) |
Geeft voor elk meetpunt de tijd vanaf het begin
van de registratie in dagen. |
|
VREV(ID) |
Dit geeft de metingen in omgekeerde volgorde,
dus de eerste waarde als laatste en de laatste waarde als eerste. |
|
VSIZE(ID) |
Geeft de duur van de registratie weer in een
decimaal getal. (dagen). |
|
VSKEWL(ID;n) |
Creëert een verschoven (of lateraal verplaatste)
grafiek. De verschuiving wordt opgegeven in “n” metingen. |
|
VSKEWT (ID;t) |
Creëert een verschoven grafiek. De verschuiving
wordt opgegeven als ”X” eenheden van ”t” waarbij t de tijd
in s, m of h voor seconden, minuten of uren wordt
geschreven. Verwar deze functie niet met de verschuivingsfunctie in de
infotabel. Ze doen niet hetzelfde. |
De meeste rekenkundige operatoren zijn u wel
bekend. Sommige hebben wellicht een toelichting nodig. De bekendste operatoren
zijn “+”, “-“ en “=”. Operatoren als GT en LT worden hieronder toegelicht. ^
wordt gebruikt voor machtsverheffen: X^Y betekent X tot de macht Y. Haakjes
veranderen de prioriteit. AND (&), BIT, OR ( | ),
XOR, > en < zijn logische operatoren. (De tekens die
tussen haakjes staan kunnen in plaats van de omschrijving worden gebruikt.)
|
|
|
|
+ |
Optellen |
|
|
Logische (Booleaanse) operatoren |
|
AND |
Het Booleaanse AND werkt met binaire gehele getallen die een waarde
voorstellen. Het geeft het resultaat van een berekening! Voorbeeld : GRAPH mask (Din)= ID31 AND 4 |
|
OR |
Is een logische OR. |
|
BIT |
Deze functie test de bits van gehele getallen: Voorbeeld: GRAPH mask (Din)= ID31 BIT
2 |
XOR
|
Deze functie laat zich het beste toelichten via
een waarheidstabel. Hij geldt voor elke positie in een binair getal. |
~
|
De "tilde" zal elke waarde zodanig
omzetten dat een nul een één wordt en ieder cijfer dat geen nul is wordt
veranderd in een nul. |
Relationele operatoren
|
>, < |
Vergelijkt variabelen. Geeft een 1 als de
uitkomst waar is, anders een 0. Voorbeeld : GRAPH "groter dan"(bit) = ID1 > 5 |
|
= |
Geeft een 1 als de vergelijking klopt, anders
een 0. |
|
>= |
Groter of gelijk aan. Geeft een 1 indien juist,
anders een 0. |
|
<= |
Kleiner of gelijk aan. Geeft een 1 indien juist,
anders een 0. |
|
GT |
Geeft de grootste waarde van … en … |
|
LT |
Geeft de kleinste waarde van … en … |
Daarnaast zijn er nog wat losse tekens beschikbaar die soms van pas kunnen komen.
|
° |
Graden-teken |
|
Geregistreerde kanalen en reeds samengestelde
formules zijn beschikbaar als variabelen. |
|
De rekenkracht van EasyView is aanzienlijk
uitgebreid door de introductie van nóg een nuttige functie waarmee u een waarde
kunt vergelijken met een voorgaande of een daarop volgende waarde.
De toepassingen zijn legio en de notatie is eenvoudig. Het enige dat u doet is
een index toekennen aan een kanaal: ID1[-1]. Let hierbij op de blokhaken. Een
min wijst terug in de tijd en een plus (of geen teken) wijst vooruit.
Een voorbeeld:
GRAFIEK verschil (°C) = ID1 – ID[-1]
Deze formule genereert een grafiek die het verschil tussen de huidige
temperatuur en de vorige temperatuur weergeeft. Dit verschil is uiteraard een
toename of een afname. Wellicht herkent u hierin de afgeleide functies die u
destijds op school hebt geleerd.
Nu gaan we integreren om het totale volume van een flow te berekenen:
GRAFIEK integraal (l) = integraal[-1] + ID2 * interval
Deze formule genereert een grafiek die oploopt tot aan zijn eindwaarde: het
totale volume. Zorg er daarbij voor dat de eenheden correct zijn.
|
Elke regel van een formule begint met een
sleutelwoord. Er zijn zes sleutelwoorden beschikbaar. U bent al bekend geraakt met GRAPH; desondanks wordt dit
sleutelwoord hieronder nogmaals toegelicht. |
|
|
GRAPH |
Definieert een grafiek. Voorbeeld : GRAPH "Mijn grafiek"(Sina) = SIN(ID1) |
|
KEYVAL |
Maakt een uitdrukking bekend die sleutelwaarden
genereert, dat wil zeggen een kolom in de infotabel. |
|
REM |
Gaat vooraf aan opmerkingen die niet bedoeld
zijn om een grafiek of functie te genereren. Niet alleen is dit sleutelwoord
geschikt voor het toevoegen van opmerkingen in het formuleveld, maar ook kunt
u er een formule tijdelijk mee uitschakelen. Voorbeeld : REM GRAFIEK test(°C) = Temp1.max - Temp2.min |
|
SET |
Wordt gebruikt om formules te
vereenvoudigen door variabelen een kortere notatie mee te geven. |
|
CONST |
Dit sleutelwoord definieert een constante waarde
die later in een formule kan worden gebruikt. Voorbeeld : CONST PI=3.1415926535 |
|
FN |
Definieert een
functie. Daarbij kiest u zelf het algoritme. Functies kunnen meer dan één variabelen
bevatten: y(z;x) of f(a;b:c) . |
|
|
|
Als de door u ontworpen formule wordt geaccepteerd
als u op Enter of F2 drukt, zal deze automatisch bij de getoonde kanalen in Grafiek
eigenschappen komen te staan en zal er automatisch een grafiek van worden
opgetekend, samen met de reeds bestaande kanalen (uiteraard alleen als er in de
formule een eenheid is gedefinieerd).
Formules kunnen ook in real-time registraties worden toegepast. De grafiek
wordt tegelijkertijd met de inkomende gegevens van de PC-Logger opgetekend.
Berekende gegevens worden nooit opgeslagen; de capaciteit die dit bespaart kan
immers ergens anders nuttiger worden gebruikt. In plaats daarvan worden deze
waarden telkens wanneer u uw registratie opent, opnieuw berekend.
Denk er wel aan dat u de “veranderingen” opslaat voordat u uw document afsluit.
Berekende waarden die in de ASCII-tabel (Gegevenstabel) staan, kunnen op exact
dezelfde wijze naar het klembord worden gekopieerd als normale kanalen.
Selecteer de gegevenstabel en kies Bewerken/Kopiëren. De gegevens, inclusief de
berekende waarden, staan nu op het klembord.
Stel u hebt een vloeistoftank waarvan het verschil
in temperatuur tussen de boven- en de onderkant nooit meer dan 10°C mag zijn.
Het liefst is er geen temperatuurverschil. U wilt dit temperatuurverschil registreren
en vergelijken met een aantal referentielijnen.
U kunt daarvoor de volgende formules toepassen:
|
Formule |
Waarom? |
|
SET top = ID1 |
Benoemd kanaal 1 als ‘top’-temperatuur. |
|
SET bodem = ID2 |
Benoemd kanaal 2 als ‘bodem’-temperatuur. |
|
GRAFIEK “Hoog niveau”(°C) = 10 |
Tekent een referentielijn bij 10°C |
|
GRAFIEK “Laag niveau”(°C) = -10 |
Tekent een referentielijn bij –10°C |
|
GRAFIEK ”Temp verschil”(°C) = bodem - top |
Creëert een grafiek met het temperatuurverschil.
|
Flow integreren om het volume te berekenen. ID1 is
een signaal dat l/m voorstelt.
Eerst moet het meetinterval omgezet worden naar
minuten in verband met de gekozen eenheid voor de flow:
GRAPH prev=ID1[-1]
GRAPH interval=(VPOS(ID1)-VPOS(prev))*24*60
Vervolgens gaan we integreren
GRAPH volume(1)=volume[-1]+ID1*interval
Onderstaande formules
zijn slechts voorbeelden. Ze zijn bedoeld om uw verbeelding te prikkelen en om
uw wiskundig en logisch denken op te frissen.
Bestudeer ze aandachtig als u na het voorgaande het licht nog niet hebt
gezien.
Uw wiskundige
probleem is uniek, het is dus onmogelijk dat deze handleiding een pasklare
oplossing heeft.
·
Teken een aan de temperatuur gerelateerde lijn bij
30°C
GRAFIEK ”ref lijn”(°C)=30
·
Maak een lineaire omzetting van 4-20mA naar 0-100%
GRAFIEK ”ratio”(%)=6.25*ID1 – 25
·
Voeg een constante correctie van 0.5°C bij
temperaturen boven 100°C
GRAFIEK ”gecorrigeerd”(°C)=ID1 + (ID1 >
100)*0.5
·
Neem het gemiddelde van twee temperaturen
GRAFIEK ”gem”(°C)=(ID1 + ID2)/2
·
Toon het verschil tussen twee temperaturen
GRAFIEK ”verschil”(°C)=ID1 - ID2
·
Haal de pieken uit een drukmeting
GRAFIEK ”vlak”(kPa)=VAVEL(ID1;5)
·
Bereken flow uit volume
GRAFIEK ”flow”(l/m)=VDER(ID1)
·
Vervang punten die buiten het meetbereik vallen
door een constante waarde. GRAFIEK ”proces”(mA)=ID1 LT 20
·
Vervang een meetpunt door het vorige meetpunt;
“verschuiving” is hierin ID2 verschoven met -dt
GRAFIEK "geen pieken"(°C)=((ID2 -
verschuiving) < 10)* ID2 +(1 -((ID2 - verschuiving) < 10))*verschuiving
·
Indicatie “Goed” (1) of “Slecht” (0).
GRAFIEK ”Goed”(Ja)=ID1 > 30
·
Teken ID1 als de waarde hoger is dan 30; ID2
daaronder. Gebruik “Goed” van de formule hierboven om de zaken te
vereenvoudigen.
GRAFIEK ”Best”(°C)=Goed*ID1 + (1-Goed)*ID2
·
Verwijder pieken met een mediaanfilter.
GRAFIEK "Harmonie"(MPa)=VMEDL(ID1;5)
Beschikbare sleutelwaarden die ook in een kolom
van de infotabel kunnen worden weergegeven, zijn:
AVE Gemiddelde
waarde over het getoonde tijdsinterval.
MIN Minimum
waarde in het getoonde tijdsinterval.
MAX Maximum
waarde in het getoonde tijdsinterval.
IDT Kanaalintegraal
van het getoonde tijdsinterval. Dt is in seconden.
SUM De
som van alle gemeten waarden. Sx
SQRSUM De
som van alle gekwadrateerde gemeten waarden. Sx2
N Aantal
gemeten waarden.
CURSOR1 Waarde
in de grafiek ter plaatse van cursor 1.
CURSOR2 Waarde
in de grafiek ter plaatse van cursor 2.
ON-LINE Meest
recente waarde tijdens een on-line registratie. De laatste waarde in alle
andere gevallen.
De notatie van sleutelwoorden ziet u
in de onderstaande formule die de variante berekend: KEYVAL Variante = (SQRSUM –2 * SUM * AVE + (AVE^2) * N)/N
Standaarddeviatie is nu een eitje:
KEYVAL "Standaard deviatie" = SQRT(Variante)
Zoals u ziet beginnen al deze formules met het sleutelwoord KEYVAL. Dit zorgt
ervoor dat het programma weet waar het erop volgende woord op slaat.
Samenvattend, dit is de correcte notatie: KEYVAL
naam=expressie
Als “expressie” gelden de rekenkundige operatoren en de functies.
OPMERKING
·
Signalen (= variabelen, kanalen) en vectorfuncties
kunnen niet worden gebruikt om sleutelwoorden te creëren.
·
Sleutelwoorden kunnen niet worden gebruikt in
formules die een grafiek genereren.

In een normale grafiek ziet u een signaal ten
opzichte van de tijd. U ziet hierin bijvoorbeeld hoe te temperatuur varieert in
de tijd. Deze grafieken heten Y(t)-grafieken.
Het is vaak wenselijk in een grafiek te zien hoe een kanaal zich verhoudt ten
opzichte van een ander kanaal, bijvoorbeeld: temperatuur ten opzichte van het
vermogen; of: afstand ten opzichte van kracht.
Dit soort grafieken heten X/Y-grafieken.
X/Y-grafieken worden gebaseerd op de getoonde gegevens in de Y(t) diagram. Dit kunt u aanpassen door de X-as te herschalen. Verzeker
u ervan dat de gegevens die u als X/Y wilt tonen, eenduidig zijn, want anders
is het resultaat moeilijk te ontcijferen.
X/Y-diagrammen worden op exact dezelfde manier herschaald als de tijdsgrafiek.
Zie de desbetreffende paragrafen.
Het signaal op de X-as in een
X/Y-diagram kan uit de getoonde kanalen worden gekozen door met de
rechtermuisknop in de X/Y-diagram te klikken en vervolgens “Eigenschappen” te
kiezen.
Het kan zeer verhelderend werken om kanalen met
hun waarde te relateren aan een zichtbare locatie. Hier komt het Procesdiagram
om de hoek kijken.
Als diagram kiest u een afbeelding of een schematische weergave van uw proces
met daarin de sensoren duidelijk aangegeven. In dit diagram kunnen de numerieke
waarden van de kanalen worden geprojecteerd.
|
|
Hierin zijn drie signalen aan de “warme kant”
geplaatst om de werking te controleren. |
|
|
|
De afbeelding of de schematische procesweergave
die u als achtergrond wilt gebruiken, mag in een formaat zijn met de extensie
wmf, emf, jpg, gif, bmp of tif. De meeste grafische pakketten ondersteunen
minstens één van deze bestandstypen.
|
Achtergrondafbeelding... Dubbelklik in het venster van het procesdiagram
om het nevenstaande venster te krijgen. Gebruik Bladeren om de afbeelding van
uw keuze te vinden. Als u de locatie
uit uw hoofd weet, kunt u ook het pad intypen.
Selecteer
on-line voor real time registraties. |
|
|
|
De signalen die u wilt projecteren moeten eerst
worden geactiveerd en vervolgens correct worden geplaatst. |
|
In dit venster worden de beschikbare kanalen
getoond. Kies er een en klik op OK.
Het nieuwe veld wordt geplaatst op de plek waar
uw aanwijzer zich bevond toen u klikte. Klik en sleep om het veld te
verplaatsen. |
|
|
Een histogram toont de relatieve frequentie van
de gemeten waarden. De registraties worden onderverdeeld in stukjes met
dezelfde wijdte (of meetbereik) Het aantal metingen dat binnen zo’n bereik
valt, wordt als percentage van het totaal aantal metingen getoond. Opmerking: alleen
de waarden boven de x-as worden getoond. |
|
|
8.7.1 Histogram eigenschappen |
|
|
|
De instellingen van de histogram doet u via
eigenschappen. Vul een waarde in bij Ondergrens om te
bepalen waar een meetbereik dient te beginnen. Specificeer de gewenste Stapgrootte. De getoonde instellingen zijn van toepassing op
het bovenstaande histogram. |
8.8 Tijdsduur Elk punt van de lijn in de tijdsduurgrafiek
toont hoe lang het signaal boven een bepaald niveau is geweest. Met ”hoe
lang” wordt de totale tijd van de niveauoverschrijding bedoeld. In het rechter voorbeeld zien we aan de onderste
lijn dat het signaal ongeveer 5 minuten boven de 120°C is geweest. De
middelste lijn is ongeveer 7 minuten boven de 320°C geweest en de bovenste
lijn is 3 minuten boven de 360°C geweest. |
|
Eerst wat algemene informatie over tabbladen. U kunt ze ook zien als
configuraties. Configuraties die de analyse van uw verzamelde gegevens
versnellen.
Tabbladen Infotabel Elk tabblad bevat een eigen reeks
rijen en kolommen. Rijen presenteren kanalen of signalen en kolommen tonen
specifieke informatie over het betreffende kanaal. Elk tabblad kan
verschillende kanalen en kolommen bevatten. Kolommen worden toegevoegd door te
dubbelklikken in de kop van een kolom en vervolgens de gewenste informatie te
kiezen. Verwijderen gaat door de kolom te selecteren en op de toets Delete te
drukken.
Tabbladen Grafiek Elk tabblad toont een eigen grafiek
en kan een eigen selectie kanalen bevatten. Ze kunnen afzonderlijk worden
herschaald, zowel over de tijdsas als de Y-as. Daarnaast kunnen de
weergave-instellingen individueel
worden geprogrammeerd.
Sla uw tabblad-instellingen op als
configuratie. Dit versnelt toekomstige registraties.
EasyView maakt
gebruik van diverse configuraties die in het dagelijks werk een hoop tijd
kunnen besparen. Onderstaand vindt u een overzicht van de diverse
mogelijkheden.
Er zijn twee groepen configuraties mogelijk in EasyView:
|
Type |
Afgebeeld door |
Omschrijving |
|
Presentatieconfiguratie (Tabbladconfiguraties) |
tabbladen
Infotabel
|
De tabbladen
van de Infotabel bevatten kolomselecties.
|
|
Registratieconfiguratie
|
Startconfiguraties A en B |
|
U komt bij het
volgende menu door met de rechtermuisknop op een tabblad te klikken en
“Configuraties” te kiezen, of via Bestand/Configuraties..

Als u een nieuwe
configuratie wilt maken, vult u allereerst een naam in. Gebruik daarvoor een
naam die de configuratie omschrijft, zodat u over een jaar nog steeds weet wat
de configuratie inhoudt.
Klik op “Nieuw”
(of "Vervangen") om een nieuwe configuratie met dezelfde instellingen
als het actieve document te maken.
U kunt daarbij kiezen uit een grafiekconfiguratie, een infotabelconfiguratie of
beide.
Uiteraard is het handig om eerst het document naar uw wensen aan te passen en
pas dan de nieuwe configuratie te maken.
De laatst
gebruikte configuratie – selecteer en klik op Toepassen – is de actieve
configuratie.
Indien u door
alle aanpassingen het spoor bijster bent, klikt u op
zodat de laatst gebruikte configuratie wordt
hersteld.
(Alleen
beschikbaar in de Pro-versie van EasyView.)
Inmiddels
ondersteunt EasyView een groot aantal systemen voor data acquisitie. De meeste
eigenschappen zijn voor al deze systemen dezelfde: data acquisitie, presentatie
en opslaan. Een project is een “vat” dat dit soort informatie bevat om het
instellen van vaker voorkomende
registraties aanzienlijk te
vereenvoudigen. Een project kan via snelkoppelingen worden gestart, gestopt en uitgelezen, al dan
niet vanuit EasyView.
Om een nieuw project te maken moet de logger op de computer zijn
aangesloten. Eenmaal gecreëerd kan een project zonder enige beperkingen worden
gewijzigd zonder dat de logger aangesloten hoeft te worden.
Een project bestaat
uit vier onderdelen:
|
|
-
Communicatie-interface zoals de COM-poort, etc. |
Rechts in de Project Manager ziet u een samenvatting van de instellingen voor
het geselecteerde projectonderdeel.

Om een nieuw
project te maken moet u eerst uw gegevensbron (logger of OPC/DDE) op uw
computer aansluiten. Klik vervolgens op
of
kies Bestand/Project Manager.
|
|
·
Klik met de rechtermuisknop en kies Nieuwe map als u uw verscheidene projecten wilt onderverdelen in
groepen. ·
Klik met de rechtermuisknop op de map waarin u het nieuwe project
wilt maken en kies Nieuw project. |

Als allereerste
geeft u het nieuwe project een naam. Deze naam wordt gebruikt als bestandsnaam
en mag alleen de daarvoor toegestane karakters bevatten. Gebruik geen
vraagtekens (?) of asterisken (*).
·
Type een
naam en klik op Volgende.

Kies een
verbinding in het keuzevenster en klik op Verbinden.
Er wordt een configuratie van loggerinstellingen samengesteld.
Klik op Volgende

Als u zelf de bestandsnamen wilt bepalen, kiest u ”Niet automatisch opslaan”, en er wordt u om een naam gevraagd.
Registaties
kunnen automatisch worden opgeslagen, ofwel on-line ofwel bij het uitlezen.
Automatisch opgeslagen registraties dragen standaard uw projectnaam.
Teller geeft uw bestandsnaam een
indexcijfer mee, geteld in de volgorde waarin u de bestanden maakt. De
indexcijfers staan tussen haakjes: (1), (2),etc.
Tijd voegt de datum en de tijd van de eerste meting aan de naam toe.
Geavanceerd

Mocht u een bestandnaam willen gebruiken die afwijkt van uw projectnaam, dan is
dit het moment om die naam in te vullen.
Opslaan
Vink het hokje ”Het document sluiten…” aan om de controle over uw project te
automatiseren. Projecten kunnen dan worden gestart en gestopt met een klik op
de snelkoppelingen van het projectbestand (.ezt). Plaats de snelkoppeling onder
Programma’s/Opstarten in het Startmenu voor het geval zich een stroomstoring
voordoet.
Uitlezen
Vink het hokje “Het document niet
openen….” om uitgelezen documenten op te slaan zonder ernaar te kijken. Dit is
van belang als u een groot aantal registraties wilt uitlezen, omdat EasyView
slechts 4 documenten tegelijkertijd kan openen.

Als u al beschikt over een grafiekdocument met gegevens uit dezelfde kanalen van
dezelfde logger die momenteel is aangesloten, scheelt het tijd en moeite als u
de configuratie ervan kopieert.
Kies het desbetreffende bestand en klik Voltooien.
Alle instellingen kunnen later uiteraard nog worden gewijzigd.
|
Dubbelklik op
het onderdel dat u wilt wijzigen of klik met de rechtermuisknop en kies
Eigenschappen. |
|
Dubbelklik op
Presentatie om het uiterlijk van het document te veranderen. Er wordt een
configuratiedocument gemaakt gebaseerd op de actieve kanalen en de huidige
instellingen.
De sinusgolf die verschijnt is slechts een illustratie. Als het project wordt opgestart, komen er gemeten waarden
voor in de plaats.
|
Als alle instellingen (assen, tabbladen, actieve plug-ins, etc) naar wens
zijn, klikt u op de hiernaast afgebeelde knop. |
|
Dubbelklik op
Bron. De instellingen zijn hier dezelfde als in de menu’s voor het instellen
van de logger (wizard). Kies kanalen, bepaal meetintervallen, etc. Lees meer
hierover in de paragrafen over loggers in deze handleiding.
In Media bepaalt
u de aansluiting van de gegevensbron op
de computer.
Voorbeeld: INTAB PC-Logger op COM1 of INTAB Real-time Client op OPC1.

De aansluiting kunt u veranderen, maar niet het type logger.
Zie Doel in ”Een nieuw project maken”.
Kies een project
en klik op de knop Start om een
registratie te beginnen. (De alternatieve methode, een klik met de
rechtermuisknop en Start kiezen, is natuurlijk ook mogelijk.) Afhankelijk van
de instellingen begint er een real-time registratie (on-line) of een off-line
registratie.
Het project kan ook worden gestart met een dubbelklik op het projectbestand.
Zie Geautomatiseerde projectcontrole.
Een registratie
stoppen gaat op dezelfde manier als starten.
Kies een project en klik op de knop Stop
om een registratie te stoppen. (De alternatieve methode, een klik met de
rechtermuisknop en Stop kiezen, is natuurlijk ook mogelijk.)
Het project kan ook worden gestopt met een dubbelklik op het projectbestand.
Zie Geautomatiseerde projectcontrole.
Loggers, zoals
PC-loggers en Tinyloggers, voorzien van een geheugen, kunnen worden uitgelezen.
Klik op de knop Uitlezen of klik met de rechtermuisknop en kies Uitlezen.
Het project kan ook gegevens ophalen met een dubbelklik op het projectbestand.
Zie Geautomatiseerde projectcontrole.
Het project wordt
opgeslagen in een bestand met de extensie .EZT
. Deze extensie is zodanig met
EasyView verbonden dat het project met een dubbelklik op het bestand of op een
snelkoppeling naar het bestand kan worden gestart, ook al is EasyView niet
geopend.
Wilt u de registratie stoppen, klik dan op een snelkoppeling met de schakelaar
”/stop” .
Voorbeeld: ”C:\Program\EasyView5\RecMan\Tasks\Oven4.ezt /stop”
Met een klik op een snelkoppeling kunt u ook uitlezen. Voeg hiertoe slechts de
schakelaar ”/uitlezen” toe.
Voorbeeld: ”C:\Program\EasyView5\RecMan\Tasks\Oven4.ezt /uitlezen”
Gecombineerd met de Doel-instelling voor on-line registraties "Het
document sluiten...." (of voor off-line registraties "Het document
niet openen..." wordt het systeem "automatisch". De gebruiker
hoeft slechts te kiezen uit drie ikonen om op te klikken: één om te starten,
één om te stoppen en één om uit te lezen.
Met deze nieuwe
optie kunt u verscheidene projecten tegelijkertijd laten lopen – in dezelfde
grafiek. Alle waarden worden in hetzelfde document opgeslagen. Het is heel goed
mogelijk om vier PC-loggers, twee Real-time clients en een Tinylogger on-line
in dezelfde grafiek te laten optekenen!
Projecten die simultaan moeten lopen kunnen niet gebruik maken van dezelfde
verbinding; het is uiteraard niet mogelijk twee loggers aan dezelfde COM poort
te verbinden.
Dit werkt als volgt:
|
1.
Selecteer
de projecten die u wilt starten (gebruik Ctrl + Click indien nodig). 2.
Gebruik de
rechtermuisknop en kies Starten, Alles stoppen of Uitlezen 3.
Kies
Afzonderlijk of Gecombineerd. |
|
Projecten met
grote aantallen kanalen zien er waarschijnlijk erg onoverzichtelijk uit voordat
verschillende tabbladen gemaakt zijn, minder belangrijke kanalen verborgen zijn
etc. Daarom kan het verstandig zijn om een Project
groep te maken, om daar vervolgens Presentatie eigenschappen aan toe te kennen.
In dat geval kiest u Nieuwe groep … na
de rechtermuisklik. Zo’n Project groep heeft ook de extensie .EZT en kan dus
gestart worden als ware het één enkel project.
Kies als map voor
de projecten een map die toegankelijk is voor alle geautoriseerde gebruikers.
Wijzig de standaard map voor de projecten door op de dubbele pijl
(>>) te klikken in de rechter
benedenhoek.

Tekstfilters
worden samengesteld via Extra/Bestandstype/Tekstbestanden.

EasyView
accepteert en opent diverse bestandstypen. De gebruikelijke gegevensbestanden zijn
de tabellen in ASCII-opmaak. U kunt ze herkennen aan de extensie: *.txt
(tekst), *.csv (comma separated values) of *.skv (semicolon separated values).
Hernoem afwijkende bestanden naar deze extensies als u er zeker van bent dat ze
gegevens in tabelvorm bevatten. De functie “Autodetect” vindt en accepteert alle drie de
bestandstypen.
Gegevens die in kolommen staan, geven bij het importeren nooit problemen. Het
is vooral de toegevoegde informatie die voor moeilijkheden zorgen. Informatie
als registratieparameters, titel, kanaalnamen en eenheden staat zelden in een
standaardnotatie.
Hier neemt het Tekstfilter het over. Hiermee kunt u definiëren waar de kanaalinformatie en de
eenheden in het tekstbestand staan vermeld. Hierin staat ook welke
scheidingstekens worden gebruikt en wat de positie van de kolommen is.
In deze paragraaf bekijken we, mede aan de hand van een voorbeeld, hoe een
tekstfilter wordt opgebouwd.
Bij het
samenstellen van een filter hebt u te maken met twee hoofdgroepen: de
“link-instructies” en de “scheidingstekens”.
Hiermee kunt u alle onderdelen van een gegevenstabel benoemen.
·
Link-instructies:
Een link-instructie
benoemt een reeks karakters en definieert de functie ervan. Zo’n reeks mag geen
scheidingstekens bevatten. Zie de scheidingstekens.
De link-instructie geeft ook het exacte beginpunt van een instructie in het
document aan: karakter, rij en kolom. Zodra er een scheidingsteken staat, wordt
dit herkend als het einde van een reeks.
|
Link-instructie |
Notatie |
Voorbeeld |
|
Label |
<label> |
Kanaal 1 |
|
Eenheid |
<unit> |
°C |
|
Negeren |
<xxx> |
BlaBla
(overbodige tekst) |
|
Tijdkolom |
<tijd#> |
09:14:01 |
|
Gegevenskolom |
<data#> |
144.5 |
De informatie waar u hiermee naar verwijst, wordt tijdens het maken van een
ezv-bestand overeenkomstig door EasyView gebruikt.
·
Scheidingstekens:
Een
scheidingsteken bestaat uit één of meer karakters die “woorden” of kolommen scheiden. De
“Spatie” of “Tab” zijn de bekendste voorbeelden van scheidingstekens. Het is
van groot belang dat het gespecificeerde aantal scheidingstekens overeenkomt
met het aantal in het tekstbestand. Komt dit niet overeen, dan zal de link niet
werken.
|
Scheidingsteken |
Notatie |
Voorbeeld |
|
Lijstscheidingsteken |
Zie
Windows-configuratiescherm |
; |
|
Tab |
Tabknop |
|
|
Spatie |
Spatiebalk |
|
|
Negeren |
* |
|
|
Nieuwe regel |
(CR, LF) |
|
|
|
|
|
Om ervoor te
zorgen dat de filters correct blijven is het niet mogelijk ze “handmatig” aan
te passen.
Plaats de
aanwijzer op de positie waar u een link wilt invoegen en klik op de knop die
van toepassing is. Een nieuwe link heeft zijn eigen scheidingstekens nodig.
Plaats de
aanwijzer links van het element dat u wilt verwijderen (of selecteer de reeks
die u wilt verwijderen) en klik op “Geselecteerde tekst verwijderen”.
Door een naam in
te voeren en op “Opslaan” te klikken activeert u een correct gebouwd filter.
Reeds bestaande filters kunt u activeren door deze te selecteren in het
naamveld en vervolgens het venster te sluiten.
·
Een label en
een eenheid mogen geen spaties bevatten.
·
Er moet
minstens één scheidingsteken tussen twee kolommen staan.
·
In de
laatste regel mogen alleen Tijd, Data, Scheidingsteken of Negeren staan.
·
Er kan maar
één tijdkolom zijn. De plaats is onbelangrijk.
·
Tekst
voorbij een “Nieuwe regel” wordt genegeerd.
Het is van
essentieel belang dat het juiste aantal scheidingstekens wordt ingevoerd.
Gebruik een tekstverwerker die scheidingstekens weergeeft en kies een
lettertype dat niet ’true type’ is om uw tabel te analyseren.
Verschillende lange “namen” worden vaak opgevuld met behulp van tabstops. Deze
tabs moeten ook in het filter kenbaar gemaakt worden.
Deze instructie
negeert complete woorden. De juiste schrijfwijze is <xxxx>. Alle
karakters tot het volgende scheidingsteken (spatie) worden dan genegeerd.
In de regel: Kanaal 1 registreert de Temperatuur waarvan u alleen de eenheid Temperatuur wilt tonen ziet er in het filter
als volgt uit: <xxxx> <xxxx> <xxxx> <xxxx> <label>
Het kan voorkomen
dat een tekst, label of eenheid wordt ‘omringd’ door ongewenste tekens. Denk
hierbij aan “ en ( .
Ze kunnen via Negeren worden uitgeschakeld. Negeren wordt aangegeven door een
asterisk: *. Deze functie kan niet worden gebruikt om een enkel karakter te
negeren.
Voorbeeld: de haakjes om graden: (°C) zijn ongewenst. In het tekstbestand ziet
dat er als volgt uit: Temperatuur (°C)
Het filter ziet er als volgt
uit (er wordt slechts één tab
gebruikt. Let daarbij niet op de zichtbare afstand) : <label> *<eenheid>*
Een nieuwe regel
kan met twee bedoelingen worden gebruikt. De eerste en meest logische is om het
filter te vertellen naar een volgende regel te gaan.
De tweede kan ook zeer nuttig zijn. Door “Nieuwe regel” aan het begin van een
regel te zetten zal het tekstfilter de hele regel, ongeacht zijn inhoud,
negeren.
Als we naar het
onderstaande tekstbestand kijken, is de conclusie dat er een importfilter
gewenst is.
Rijnr:
|
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 |
Object: no. 318 No Kanaal eenheid ------------------------------------------------------------ 1 Druk_mod#1 (kPa) 2 Temp_in (°C) 3 Temp_out (°C) ------------------------------------------------------------ 17:07:27 -> 136,0 331,9 322,0 17:07:29 -> 136,0 344,4 324,2 17:07:31 -> 135,7 356,9 327,2 17:07:33 -> 134,9 368,9 331,2 17:07:35 -> 135,2 375,6 335,2 17:07:37 -> 135,7 375,1 337,0 17:07:39 -> 136,2 369,6 338,2 17:07:41 -> 137,0 361,9 337,2 17:07:43 -> 137,2 353,9 336,2 17:07:45 -> 137,2 345,9 334,5 17:07:47 -> 136,7 337,9 331,2 17:07:49 -> 136,5 330,7 328,0 17:07:51 -> 136,2 324,5 325,0 17:07:53 -> 136,7 319,5 322,0 17:07:55 -> 137,0 321,5 320,0 17:07:57 -> 137,5 329,7 321,3 17:07:59 -> 137,8 339,7 323,2 17:08:01 -> 137,8 343,9 323,7 17:08:03 -> 138,0 341,9 324,0 17:08:05 -> 138,3 337,2 322,5 |
Het tekstfilter om dit bestand in EasyView te kunnen importeren, ziet er
als volgt uit:

Begin met het
openen van het bovenstaande venster via Extra/Bestandstype/Tekstbestanden. Waarschijnlijk
is “Auto detect” het actieve filter, tenzij u al eerder een filter hebt
samengesteld en geactiveerd.

·
Klik op
Nieuw.
·
Voer een
omschrijvende filternaam in: ”Object 318”.
·
Bekijken we
het tekstbestand, dan zien we pas relevante informatie vanaf regel 5. Dat
vullen we dus in bij “Start vanaf rij”.
Rij 5 1 Druk_mod#1 (kPa)
·
De regel die
kanaal 1 benoemt, begint met een overbodig cijfer gevolgd door een tab, de
kanaalnaam, nog een tab en de eenheid tussen haakjes.
- Klik op Negeren (link) om de 1 over
te slaan.
– Klik op Tab.
– Maak een link naar de kanaalnaam door op label te klikken. Dat resulteert in:

·
De label
wordt gevolgd door een tab en door de eenheid: (kPa). We hebben alleen het gedeelte kPa nodig, dus
zonder de haakjes. Werk volgens onderstaande
|
procedure: |
|
Zijn we het
daarover eens?
Rij 6 & 7
2 Temp_in (°C)
·
Om de
leesbaarheid te vergroten staat er een extra tab na Temp_in . Rij 6 ziet er
dus, op de extra tab tussen de label en de eenheid na, hetzelfde
uit als rij 5.
- Klik op Negeren (link)
- Klik op Tab.
- Klik op Label.
- Klik twee keer op Tab.
- Klik op Negeren (Scheidingsteken), Eenheid en op Negeren (Scheidingsteken).
- Klik op Nieuwe regel.
- Herhaal deze procedure voor regel 7.

Rij 8 & 9
------------------------------------------------
De rijen 8 en 9
bevatten geen relevante informatie. De eenvoudigste manier om deze regels over
te slaan is door op ‘Nieuwe regel’ te klikken:
·
- Klik op Nieuwe regel.
- Klik op Nieuwe regel.
Rij 10
17:07:27 -> 136,0 331,9 322,0
Nu kunt u aangeven waar de tijdkolom en de gegevenskolommen te vinden zijn.
De meest linkse kolom is de tijdkolom. Deze wordt gevolgd door een pijl die
ongewenst is en vervolgens door drie gegevenskolommen.
|
1.
– Klik op Tijdkolom. |
|
2.
Via “Opslaan”
bewaart u het nieuwe filter. Vormfouten, mochten ze bestaan, worden
gerapporteerd en aangewezen..
Als alles goed is ziet het filter er volgens de bovenstaande illustratie uit.
Hiermee hebben we
het tekstfilter gereed. Sluit het venster en open het tekstbestand dat u wilt
importeren.
Deel Drie
Data
acquisitie
PC-Logger
Versie 3

PC-Logger
: Driver
Voor MS Windows 95, 98, 2000 & NTä
ã INTAB Benelux
|
1.
Klik op
“Connecties tonen” in Bestand/Connecties. |
|
|
2.
Nu
verschijnt het venster “Connecties tonen”. |
|
|
3.
Klik op
OK. |
|
Mocht het nodig zijn de besturingssoftware van de
logger opnieuw te laden, is de knop ’Opties’ hiervoor de juiste ingang. Volg de
instructies.
Lees daarbij ook de hardware manual. Vaak is dat
beter dan booten.
|
Bestand / Logger |
Ctrl + N |
|
Via dit venster start u nieuwe registraties of
haalt u registraties op uit de PC-Logger. |
|
Selecteer Off-line
registratie ophalen om een registratie uit het geheugen van de PC-Logger op
te halen en klik op OK.
Alleen bij de AAC-2 Fast is het noodzakelijk dat de registratie eerst wordt
gestopt. Alle andere typen kunnen de gegevens oversturen terwijl de registratie
gewoon doorloopt. Klik op Annuleren
om het ophalen voortijdig te beëindigen.
In hoofdstuk 11 vindt u meer informatie over het ophalen van registraties.
Het instellen van een nieuwe registratie kan via
deze optie. Lees eerst het onderstaande gedeelte over configuraties voordat u
op OK klikt. Meer informatie over het instellen van een registratie vindt u in
de hoofdstukken 7, 9 en 11.
· Normaal gesproken gebruikt u een geopend
en actief grafiekdocument als configuratie voor uw nieuwe registratie.
Vink hiertoe het hokje Actieve
registratie aan.
· Mocht u geen bestand hebben geopend, dan
bestaat tevens de mogelijkheid de configuratie van de aangesloten PC-Logger te
gebruiken.
In dat geval vinkt u het hokje PC-Logger aan.
Mocht u geen van beide hokjes aanvinken, dan is
het noodzakelijk om alle instellingen van de registratie handmatig door te
lopen. Vaak lijkt een nieuwe registratie veel op de vorige. Door gebruik te
maken van de oude instellingen kunt u een hoop tijd besparen.
Elke registratie wordt uitgevoerd volgens de
vooraf ingestelde parameters. Deze parameters kunnen worden onderverdeeld in twee
groepen en komen allemaal aan bod in de start wizard.
Niet alle instellingen zijn van toepassing op uw logger. De software zal
automatisch de menu’s tonen met de instellingen die op uw logger betrekking
hebben.
Alle mogelijke vensters worden hieronder besproken.
Voordat u een registratie start is het niet onverstandig
uw werkwijze goed te overdenken, zeker voor wat betreft het gebruik van
configuraties. De registraties
die u al eerder hebt uitgevoerd en ingesteld kunt u gebruiken om de nieuwe
registratie te configureren. Het grote voordeel hiervan is dat de meeste
parameters van de bestaande registratie in het nieuwe grafiekdocument worden
overgenomen.
Er zijn drie manieren om met configuraties te werken, elke met een ander
resultaat:

Dit venster heeft een invulveld voor de titel van
de registratie. Deze titel is voor uw eigen gebruik en kan dienen om een korte
omschrijving van de registratie te geven. De titel mag gerust afwijken van de
bestandsnaam. Na het starten van een on-line registratie of na het ophalen
ervan kunt u de registratie op elk gewenst moment opslaan.
Mocht u in het voorgaande venster hebben
aangegeven gebruik te willen maken van een configuratie, dan verschijnt
rechtsonder een extra knop: Configuratie is correct. Hiermee gaat u direct naar
het venster “Samenvatting” en worden alle instellingen van de gekozen
configuratie gebruikt. In dit venster vindt u ook een opsomming van alle
registratie-instellingen:
· on-line of off-line registratie
· het aantal actieve kanalen met nummering
· meetinterval
· reductiefactor

In dit venster activeert u de kanalen
waarvan de registratie gewenst is.
In het bovenste veld ziet u de kanalen die worden geregistreerd: Deze kanalen registreren.
In het veld daaronder staan de kanalen die niet worden geregistreerd: Deze kanalen niet registreren.
In beide vensters kunt u op dezelfde manier de kanalen verplaatsen:
Dubbelklik op een kanaal om hem te
verplaatsen of
Selecteer meerdere kanalen door de
muisknop ingedrukt te houden en te slepen. Klik vervolgens op
of
om
de kanalen te activeren of te deactiveren door ze van het ene veld naar het
andere te verplaatsen.

Selecteer de kanalen die u wilt instellen.
Dit is een tekstveld. De belangrijkste
functie hiervan is het benoemen van een kanaal.
U kunt dit label nog wijzigen nadat de
registratie is voltooid. Het is hoe dan ook handig uw kanalen zodanig te
benoemen dat u achteraf nog weet wat ermee is gedaan.
De beschikbare meetbereiken zijn (mits uw
logger is uitgerust met de optie “Software Range Switching”):
T/C 50mV
T/C 100mV
+/- 10V
+/- 1000mV
+/- 100mV
+/- 50mV
+/- 20mA
Het meetbereik 50mV is over het algemeen het beste bij het gebruik van
thermokoppels.
Uw processignaal stelt over het algemeen
iets anders voor dan het mA‑ of V‑signaal dat uw logger
registreert. Via dit invoerveld kunt u uw eigen eenheid toekennen aan de
kanalen overeenkomstig hetgeen er wordt geregistreerd. Kies bijvoorbeeld kW of
ppm.
De tekst heeft geen invloed op de numerieke waarde van uw registratie maar
zorgt alleen dat er de juiste eenheid aan wordt verbonden.
|
Zoals u al hebt begrepen is het mogelijk
de inkomende processignalen om te zetten in de eenheid en grootte die ze
werkelijk voorstellen. Dit kan met een transformatie langs een rechte lijn. Deze rechte lijn wordt gedefinieerd door twee punten die twee paar
waarden weergeven. |
|
Het is daarbij niet noodzakelijk dat u begrijpt
hoe het rekenkundig in elkaar zit. U geeft alleen de twee paar waarden aan.
|
Wellicht werkt een voorbeeld
verhelderend: |
|
|
Nog een
voorbeeld: De vierdraads weerstandsmeting wordt
veel gebruikt bij temperatuurmetingen met PT-100 sensoren. Bij een
constant current van 0,5 mA is het volgende van toepassing: Bij nul (°C) is de weerstand 100W en genereert dus 50mV (U=I x R). Bij 100mV is de weerstand 200W wat overeen komt met 266°C |
|
Deze lineaire transformatie beïnvloedt het
ingangssignaal en het erbij behorende meetbereik op geen enkele manier. Het is
een handig hulpmiddel om uw ingangssignalen te interpreteren.
Houd er wel rekening mee dat via deze werkwijze alleen lineaire omzettingen
kunnen worden gemaakt. Bij niet-lineaire transformaties is het noodzakelijk om
formules toe te passen.
Deze optie "autotransform" wordt
hoofdzakelijk gebruikt om sensoren te “kalibreren” Door op een van de Auto-knoppen te klikken wordt
automatisch het uitgangssignaal van dat moment uit de sensor opgehaald.
We gebruiken een druksensor als voorbeeld. Druksensoren geven zelden exact nul
aan bij een druk van nul. Door op de Auto-knop bij “Laag is” te klikken, zal de
waarde die overeenkomt met een druk van nul automatisch in het veld Laag is worden ingevuld.
Om over de gehele schaal te kalibreren past u nu de druk toe die overeenkomt
met de hoogste waarde. Klik vervolgens op de Auto-knop naast het veld Hoog
is. Voer nu in de rechts staande invoervelden Hoog wordt/Laag wordt de bijbehorende drukwaarden in.

Seleceer hier de registratiemode:
On-line In dit geval is de logger tijdens de registratie
verbonden met de computer.
De meetgegevens worden direct doorgestuurd naar de harde schijf en simultaan
ontstaat op het beeldscherm de grafiek.
Off-line Nu
worden de registraties opgeslagen in het geheugen van de logger. Bij het
starten van de registratie worden de parameters naar de logger gestuurd en kan
deze worden losgekoppeld van de computer. Daarbij kan de registratie ook ‘in
het veld’ worden gestart met behulp van de knoppen naast het display.
Ophalen en herstarten na stoppen
Bij het werken met de AAC-2 Fast kunt u deze optie gebruiken om de gegevens
automatisch naar de computer te sturen nadat het signaal om de registratie te
stoppen is gemeten (trig of gebeurtenis). De logger gaat vervolgens in de mode
‘klaar om te starten’. Deze functie wordt gebruikt in combinatie met het
instellen van “trig”-niveaus.
Hier geeft u aan wat de tijd is tussen twee
metingen.
Wellicht bent u alleen maar geïnteresseerd in
gemiddelde waarden.
In het invoerveld kunt u een waarde tussen 1 en 255 aangeven. Hiermee geeft u
aan na hoeveel metingen er een gemiddelde moet worden bepaald. Bij 1 wordt dus
geen gemiddelde berekend. Bij een waarde groter dan 1 hebt u de keuze om de
gemiddelde en/of de maximale waarde en/of de minimale waarde van deze metingen
op te slaan. Dit kan ook een hulpmiddel zijn om hardeschijfruimte te besparen.
Als u de gemiddelde, de maximum en de
minimum waarde opslaat, hebt u praktisch dezelfde informatie als wanneer u geen
datareductie toepast.
Hoe komt dat?
Als u de relatieve waarde van de gemiddelde grafieklijn vergelijkt met de
hoogste en laagste grafieklijnen, kunt u bepalen of de waarde dicht bij het maximum
ligt met af en toe een piek naar beneden, of dicht bij de minimum waarde met af
en toe een piek naar boven, of dat de grafiek mooi in het midden tussen de
maximale en minimale waarde ligt.
De bandbreedte tussen de minimale en maximale waarden geeft u ook informatie
over de kwaliteit van het signaal. Met deze informatie in uw achterhoofd kunt u
ruimte op uw harde schijf besparen door de hoeveelheid meetgegevens die u wilt
analyseren, te reduceren. Vandaar de term ‘Reductiefactor’.
Vink hier de vakjes aan om de minimale, maximale
en/of de gemiddelde waarden op te slaan. Bij een reductiefactor van 1 is het
alleen mogelijk het gemiddelde vakje aan te vinken. In dit geval wordt niet de
gemiddelde waarde opgeslagen maar de huidige waarde. Deze waarden hebben geen
extensie in de infotabel.
In dit veld ziet u hoe lang de logger met de
huidige instellingen kan registreren voordat het geheugen vol zit. Uiteraard is
dit de maximale duur van de registratie.
On-line registraties worden opgeslagen op de harde schijf van de computer en
kunnen dus extreem lang worden. De bestandsgrootte kunt u beïnvloeden door het
meetinterval en het aantal te registreren kanalen aan te passen, of uiteraard
door een reductiefactor in te stellen. Probeer daarbij nooit meer gegevens te
verzamelen dan strikt noodzakelijk is. Dit maakt de analyse van uw registratie
een stuk eenvoudiger.
Bij off-line registraties kunt u kiezen om de
registratie te stoppen als het geheugen vol zit of om de oudste gegevens te
overschrijven zodra het geheugen vol zit, volgens het principe First in - First
out. Vink dit vakje aan als u het geheugen wilt laten roteren. Deze instelling
is niet beschikbaar bij on-line registraties.
PC-Loggers die zijn uitgerust met de optie
digitale I/O kunnen worden geprogrammeerd om een alarmsignaal te geven. Bij
overschrijding van de ingestelde waarde wordt een uitgang ‘hoog’ gemaakt. Deze
uitgang kunt u gebruiken als koppeling naar een alarmsysteem of een sirene.
Het onderstaande menu verschijnt alleen als de
aangesloten logger is uitgevoerd met de optie digitale I/O. De alarmgrenzen
kunnen zowel bij on-line als bij off-line registraties worden ingesteld.

Van elk kanaal kunnen de alarmgrenzen afzonderlijk
worden ingesteld. Er kunnen meerdere kanalen via dezelfde alarmuitgang worden
geschakeld. Houd er daarbij wel rekening mee dat een maakcontact een hogere
prioriteit heeft dan een verbreekcontact.
Er zijn twee invoervelden voor de alarmgrenzen: de
bovengrens en de ondergrens.
Er zijn drie keuzemogelijkheden om het alarmrelais te laten sluiten. Hiermee
kunt u bepalen onder welke omstandigheden het contact moet worden gemaakt. De
mogelijkheden zijn:
· Hoger dan de bovengrens
· Tussen boven- en ondergrens
· Lager dan de ondergrens
De alarmgrenzen worden gedefinieerd in de eenheid die is aangegeven bij de
transformatie zodat u geen berekeningen hoeft te doen om de juiste
alarmgrenzen in te stellen.
Voorbeeld:
In het bovenstaande venster ziet u
de instellingen om relais 1 te sluiten bij temperaturen boven 32°F maar
onder 110°F. Buiten deze temperaturen blijft het relais open.
Bij de AAC-2 Fast is het mogelijk de registratie
te laten beginnen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Dit kan zijn het
overschrijden van een grenswaarde of een logisch “trig”-signaal (TTL).
U kunt de registratie ook onder dezelfde voorwaarden laten stoppen.

Er zijn drie instellingsmogelijkheden om de
registratie per gebeurtenis te laten starten of stoppen.
Niveaugebeurtenis
De registraties kunnen zodanig worden
geprogrammeerd dat ze pas beginnen als het signaal een ingestelde waarde over-
of onderschrijdt.
Dezelfde opties gelden voor het beëindigen van een registratie.
Vink de overeenkomstige vakjes aan als u via deze methode wilt werken.
De besproken niveaus worden in een ander venster geprogrammeerd.
Externe gebeurtenis
De ingangen voor externe gebeurtenissen accepteren
digitale niveaus (TTL) om een registratie te starten of te stoppen.
Vink deze vakjes aan als dit uw werkwijze is om een registratie te starten of
te stoppen. Het spreekt voor zich dat dit externe signaal voor de gehele duur
van de registratie hoog moet blijven indien u de stopmogelijkheid hebt
aangevinkt.
Niveau- en externe gebeurtenis
Het is mogelijk beide methoden te combineren door
beide vakjes aan te vinken.
· De registratie start indien beide
gebeurtenissen “waar” zijn.
· De registratie stopt als één van beide
gebeurtenissen “waar” is.
Dit venster wordt gebruikt om een tijdelijk
fenomeen te ‘vangen’ en te tonen. Het is mogelijk de tijd voor en na een
gebeurtenis te programmeren. Alleen deze geprogrammeerde tijd wordt als
registratie opgeslagen in het geheugen van de logger.
Dit doet u door de registratie te laten stoppen via “Extern signaal wordt
weggenomen” en daarbij de gebeurtenisperiode te definiëren.
De Post-Gebeurtenisperiode is daarbij de tijd dat de registratie doorloopt na
de eigenlijke gebeurtenis.
Door deze tijden op te geven voorkomt u dat u het hele geheugen van de logger
moet volschrijven én ophalen terwijl u slechts geïnteresseerd bent in de korte
periode voor, tijdens en na de gebeurtenis.
|
Als u met deze niveaus werkt, is het
noodzakelijk de waarden van een gebeurtenis te definiëren. |
|
Vergeet niet deze instelling te Activeren voordat u met de configuratie
verder gaat.
|
Via de
afbeelding hiernaast wordt wellicht alles veel duidelijker: ·
Zonder
gebeurtenis-instellingen wordt de registratie opgeslagen tussen START en
STOP. ·
Met
gebeurtenis-instellingen kan de registratie overeenkomen met de tijdsduur t3.
U kunt er dan voor kiezen de gehele registratie (t3) op te halen of
slechts het gedeelte aangegeven met t2. Dit gedeelte beslaat de
periode voor en na de gebeurtenis |
|

Kies Bestand / Logger of ![]()
|
Selecteer Nieuwe registratie instellen. We willen een
registratie vanaf het nulpunt starten. Er is geen document beschikbaar om als
configuratie te dienen, dus we selecteren geen van beide configuratievakjes.
Klik nu op OK |
|
Via de Wizard doorloopt u nu alle vensters waarin u uw parameters kunt
instellen.
|
Voer hier een Titel voor uw registratie in. |
|
|
Selecteer de
kanalen die u wilt registreren. De actieve kanalen staan in ”Deze
kanalen registreren”. |
|
|
In dit venster
stelt u de kanaaleigenschappen in. Volg onderstaande stappen voor elk
actief signaal. |
|
1. Selecteer een kanaal.
2. Voer een ”Label” (of naam) in die uw kanaal omschrijft.
3. Selecteer het ingangsmeetbereik.
4. Selecteer T/C ( en type) indien u thermokoppels gebruikt.
5. Voer de juiste eenheid in bij ”Naar Eenheid”.
6. Voer de omzettingswaarden (indien van
toepassing) in bij ”Signaal
Transformatie”.
7. Herhaal punten 1 tot en met 6 voor alle
kanalen.
|
Selecteer Off-line of On-line. Voer een
bruikbaar Interval in. Traag veranderende signalen kunnen met een groter interval worden
geregistreerd dan snellere signalen. Probeer niet meer gegevens te verzamelen
dan nodig is. Grote bestanden zijn lastiger te analyseren. |
|
Reductiefactoren > 1 zorgen voor gemiddelde waarden. Hiermee beperkt u de
hoeveelheid gegevens zonder de belangrijkste informatie van de registratie te
missen.
Vink de vakjes Max en/of Min aan indien u behalve de gemiddelde waarde ook deze
waarden wilt opslaan. Hierbij krijgt u dus ongeveer dezelfde informatie als
wanneer u zonder gemiddelden registreert.
|
De
alarmuitgangen zijn alleen beschikbaar bij loggers die zijn uitgerust met
digitale I/O. (niet bij de Fast loggers). |
|
1. Selecteer een kanaal
waaraan u een alarm wilt toekennen.
2. Selecteer een relais bij ”Geef alarm”.
3. Voer het niveau voor Hoog en Laag in.
4. Vink de juiste vakjes aan bij “Geef alarm als het signaal...”.
5. Herhaal punten 1 tot en met 4 voor alle
kanalen waaraan u een alarm wilt toekennen.
|
Dit is het
eindstation. Controleer bij “Samenvatting”
of alle instellingen naar wens zijn. Als dat zo is kunt u de registratie
starten door op “Voltooien” te klikken. |
|
|
|
|
Als een off-line
registratie is voltooid, is het zaak de gegevens over te sturen naar de
computer.
Verbind de logger
aan de seriële poort en klik op
of, als u dat makkelijker vindt, selecteer Bestand/Logger.
|
|
|
|
|
|
1. Selecteert
u de Start/Stop opties:
|
Doorgaan |
Het ophalen
gebeurt terwijl de registratie ongehinderd verdergaat. |
|
Stoppen, Ophalen |
Stopt de
registratie en haalt dan de gegevens op. |
|
Stoppen, Ophalen,
Herstarten |
Stopt de
registratie, haalt de gegevens op en start vervolgens een nieuwe registratie.
|
|
Ophalen, Stoppen |
Haalt eerst de
gegevens op en stopt dan pas de registratie. |
|
Ophalen, Stoppen,
Herstarten |
Haalt eerst de
gegevens op, stopt dan pas de registratie en start vervolgens een nieuwe
registratie. |
2. Selecteer
de hoeveelheid meetgegevens die u
wilt ophalen:
|
Alles |
Haalt de gehele registratie op. |
|
Laatste... |
Hier kunt u zelf aangeven hoeveel gegevens u wilt ophalen. |
3. Sluit
af door op OK te klikken.
·
De
verzamelde meetgegevens worden nu verstuurd naar een tijdelijk bestand op de
harde schijf van uw computer.
Klik op
om de hele registratie te kunnen bekijken.
·
Klik op de
knop Herschalen
om het hele meetbereik van het geregistreerde
signaal te kunnen bekijken.
Maak van alle
mogelijke middelen gebruik om tot een tevredenstellend resultaat te komen. Lees
verder in de handleiding om u een beeld van de volledige mogelijkheden van
EasyView te vormen.

Tinyloggers
Versie 3

Tinylogger
: Driver
ã INTAB Benelux
Voordat u
verbinding kunt krijgen met de computer is het noodzakelijk de juiste
COM-poort in te
stellen. In onderstaande paragraaf wordt dit toegelicht.
|
1.
Selecteer Bestand/Connecties… in
EasyView. Het hier rechts
staande venster verschijnt. 2.
Klik op
”Connecties tonen”. |
|
|
3.
Hiermee
opent u het venster dat hier rechts is afgebeeld. Selecteer één of meer
mogelijke verbindingen voor de Tinyloggers en klik op het pijltje naar boven.
4.
Klik op OK
om verder te gaan. |
|
|
5.
In het
venster ”Logger connecties” is nu de COM-poort van uw keuze toegevoegd. 6.
Klik op OK
als u klaar bent. De COM-poort is nu correct ingesteld. |
|
|
7.
Controleer
of alles naar behoren werkt door op de |
|
·
Sluit de
logger aan op een van de beschikbare seriële poorten van uw computer.
·
Klik op Bestand/Logger… in
het menu. Selecteer de COM-poort waarop u zojuist de logger hebt aangesloten.
In hoofdstuk 15 staat hoe u de COM-poort kunt installeren als deze niet in het
keuzemenu voorkomt.
·
Klik op
om verbinding te maken met de
aangesloten Tinylogger.
·
Tijdens het
verbinden wordt de logger ‘gevraagd’ wat zijn serienummer is, of hij bezig is
met een registratie, etc. Na een paar seconden verschijnt een venster dat eruit
ziet als het onderstaande.
|
sectie Ophalen |
sectie Starten |
|
|
|
De informatie in
dit venster varieert aan de hand van de status van de logger. Mocht de logger
bezig zijn met een registratie, dan zal de getoonde informatie minimaal zijn.
Zodra de logger is aangesloten, kunt u hem starten of stoppen of de gegevens
uit het geheugen ophalen. Dit venster verdwijnt pas wanneer u op de knop
“Sluiten” klikt. Zo kunt u meerdere loggers achter elkaar starten of uitlezen.
Configuratie A en Configuratie B kunt u instellen zonder dat er een
logger is aangesloten. Deze configuraties kunt u gebruiken bij het instellen
van meerdere loggers die volgens dezelfde instellingen moeten registreren. Geef
daarbij wel elke registratie/logger zijn eigen titel
Het venster voor de Tinylogger is onderverdeeld in twee gedeelten:
·
Starten is het rechtergedeelte;
·
Ophalen is het linkergedeelte.
·
Als de
logger niet bezig is met registreren, worden de huidige instellingen getoond in
het rechterdeel van het venster dat op de voorgaande pagina is afgebeeld.
Mocht u deze instellingen voor uw volgende registratie willen wijzigen, klik
dan op “Instellingen”. Hier kunt u bijvoorbeeld het meetinterval of de
alarmgrenzen aanpassen.
Zie paragraaf Instellingen voor meer informatie.
·
Daarnaast
kunt u gebruik maken van een van de vaste configuraties: A of B
·
Als alle instellingen
naar wens zijn, klikt u op “Starten” om te beginnen met de registratie.
In het
linkergedeelte van het Tinylogger-venster vindt u alle instellingsmogelijkheden
voor het ophalen van een registratie.
Stelt hier in wat u wilt doen nadat de gegevens zijn opgehaald. Er zijn twee
mogelijkheden:
·
De
registratie openen (U kunt de
registratie meteen analyseren)
·
De
registratie opslaan (Indien u
meerdere loggers achter elkaar wilt uitlezen)
Mocht de knop “Ophalen” niet zijn geactiveerd, dan is de logger bezig met een
registratie waarbij het meetinterval is ingesteld in seconden. In dit geval is
het noodzakelijk de registratie te stoppen voordat u hem kunt uitlezen.
Klik op “Ophalen” om de registratie uit het geheugen van de
Tinylogger te halen. .
Als u ervoor hebt gekozen om het bestand na het uitlezen op te slaan, zal het
venster “Opslaan als...” verschijnen. Hier kunt u de bestandsnaam opgeven.
Was de andere optie, de registratie meteen openen, uw keuze, dan wordt u pas
gevraagd het bestand op te slaan als u het venster wilt sluiten. Het is
uiteraard ook mogelijk het bestand handmatig op te slaan.
Zodra de registratie is opgehaald, zullen de instellingen van deze registratie
verschijnen in het rechtergedeelte van het Tinylogger-venster. Zo kunt u die
configuratie gebruiken om meerdere loggers in te stellen.
Dit is de
Tinylogger Wizard. Hiermee gaat u stap voor stap door alle
instellingen van de Tinylogger om tot de juiste configuratie te komen. De
Wizard past de instellingsmogelijkheden aan naar gelang de keuzes die u maakt.

In ”Registratie
instellingen” configureert u het volgende:
·
Instellen
van de alarmgrenzen
·
Kiezen voor
een On-line registratie
·
Definitie
van het meetinterval (De totale duur van de registratie wordt getoond
in dagen-uren:min:sec)
·
Instellen
van de opties start en stop.
De nu volgende
paragrafen gaan nader in op deze instellingen.
Bij de meeste
Tinyloggers kunt u gebruik maken van de alarmfunctie. De alarmcondities worden
weergegeven door een knipperend LED.
De alarmfunctie is een hulpmiddel om in een oogopslag te bepalen of de
geregistreerde temperatuur buiten de gestelde normen valt, dus zonder dat u de
gegevens ophaalt uit het geheugen. Zo kunt u de logger laten registreren zolang
er niets afwijkends gebeurt. Zodra er een afwijkende temperatuur wordt
geregistreerd en hierdoor het alarm af gaat, kunt u de logger uitlezen en de
gegevens analyseren.
Als u het hokje Alarmfuncties hebt aangevinkt, zal de Wizard het onderstaande
venster tonen nadat u op “Volgende” hebt geklikt.

·
De twee
alarmfuncties kunt u herkennen aan het knipperen van de LED:
een enkele of een dubbele flits.
Activeer en deactiveer de alarmfuncties door het overeenkomstige vakje aan te
klikken: LED knippert één keer en/of LED knippert twee keer.
·
Voer de
grenswaarde in en geef aan of het alarm boven of onder deze waarde moet worden
geactiveerd.
·
Door
“Vergrendelen” aan te vinken zal het alarm geactiveerd
blijven, ook als de temperatuur weer terug is in de ‘normale zone’.
Alarmgrenzen in de
grafiek
De ingestelde
alarmgrenzen zullen als horizontale lijnen in de grafiek worden getoond als
zich een alarmsituatie heeft voorgedaan.
Met EasyView is
het mogelijk om met Tinyloggers een on-line registratie uit te voeren. De
meetgegevens worden dan in real time op het beeldscherm weergegeven!

Omdat de
alarmfuncties en de opties start en stop bij on-line registraties niet van
toepassing zijn, zal de knop “Volgende” veranderen in “Voltooien”
zodra de functie
On-line wordt
geselecteerd.
Meetinterval en datareductie
Standaard staat
het meetinterval ingesteld op 1 seconde. Voorkom
grote hoeveelheden overbodige gegevens door een groter interval te kiezen. U
kunt over die grotere periode ook het gemiddelde, de maximale en/of de minimale
waarde opslaan.
Voorbeeld: De mode Seconden is
actief, het Meetinterval staat op 30
en bij Datareductie is Gemiddelde
waarden geactiveerd. Het resultaat is dat elke halve minuut de gemiddelde
waarde van 30 metingen wordt opgeslagen.
Voorbeeld: De mode Minuten is
actief, het Meetinterval staat op 2 en bij Datareductie is Maximum waarden geactiveerd.
Het resultaat is dat om de twee minuten de maximale waarde van 120 metingen
wordt opgeslagen.
Klik op “Voltooien” om terug te gaan naar het hoofdmenu van de Tinyloggers.
Klik vervolgens op “Starten” om de registratie te beginnen.
Sommige herschalingsfuncties zijn niet actief bij
on-line registraties
U kunt de real-time weergave stoppen door op
te
klikken. Herschaal vervolgens de assen en start de weergave opnieuw door
nogmaals op bovenstaande knop te klikken.
Wanneer Starten
Zoals u in het
onderstaande venster ziet, zijn er meerdere mogelijkheden om een registratie te
starten.
Onmiddellijk betekent precies wat u
ervan verwacht: de registratie wordt direct gestart zodra op “Starten” wordt
geklikt.
Via de optie Na (een in te stellen
periode) kunt u de tijd instellen waarna de registratie moet worden gestart.
Gebruik de standaard letters om de tijdseenheid te specificeren: seconden, minuten, h voor uren of dagen.
Via datum en tijd kunt u ook in absolute
cijfers aangeven wanneer de registratie dient te starten. Zorg ervoor
dezelfde notatie te gebruiken als is gespecificeerd in het Windows-configuratiescherm.

Wanneer Stoppen
Ook kunt u hier
een aantal mogelijkheden kiezen om een registratie te laten stoppen. U hebt de
keuze uit de volgende drie mogelijkheden:
Stop de registratie als het geheugen vol is.
Via “Stop niet – overschrijf de oudste gegevens” maakt u het geheugen oneindig groot, in die zin dat de registratie nooit
zal stoppen. Het geheugen zal
dan altijd de meest recente gegevens bevatten.
Na x metingen. Het is weinig zinvol meer gegevens te verzamelen
dan u nodig hebt. Voer hier bijvoorbeeld 100 in als dat aantal metingen
voldoet.
A
AAC-2 · 22
Aanbevolen
Computer · 1
Aanwijzer ·
43
ABS · 87
Achtergrondafbeelding
· 98
ACOS · 87
Actieve
configuratie · 102
Actieve
kanalen · 128
Afdrukken ·
26; 61
Afdrukvoorbeeld
· 63
Aftrekken ·
89
Afwijkende eerste pagina ·
62
Afzonderlijk · 54
Alarmgrenzen
· 135; 141; 151
Alleen in dit tabblad · 49
Alles · 144
AND · 89
ASCII-opmaak
· 9; 14
ASIN · 87
ATAN · 87
Autodetect
· 22; 113
Ave · 34
AVE · 95
B
Beeld · 28;
30
Berekende waarden · 8
Bestand ·
28; 30
Bestand · 50
Bestandstype · 18; 22; 52;
78; 113
Bewerken ·
28; 30; 64
BIT · 89
Booleaans ·
89
Boot · 30
Bron · 34
C
Celsius ·
75
COM1 · 1
Commentaarveld
· 26
Commentaarveld aanwijzer ·
43
COM-poort ·
125
COM-poort
installeren · 125
Configuratie
A · 13; 149
Configuratie B · 149
Configuratie
maken · 102
Configuraties · 10
Configuratiescherm
· 2
Connectie
instellingen · 58
Connectie
van de Tinylogger · 149
Connecties
· 57
CONST · 91
COS · 87
Cursor 1 ·
34
CURSOR 1 · 95
Cursor 2 ·
34
CURSOR 2 · 95
D
datareductie · 153
Datareductie · 81
DCE · 60
DDE · 25
Decimalen · 74
DEG · 87
Delen · 89
Derivative
· 88
Deze kanalen niet registreren · 140
Deze kanalen registreren ·
140
Digitale
Multimeter · 148
disk space
· 1
Doorgaan · 143
DTE · 60
Duur · 134
E
EasyTerm ·
60
EasyView in
netwerken · 56
EasyView
installeren · 15
EasyView-bestand
· 19
Eenheden · 85
Eenheid ·
34
Eigenschappen
· 28; 31
Eigenschappen
· 70
Eind · 34
Elastiekzoomen
· 46
EXP · 87
Exporteren
· 82
Externe
gebeurtenis · 137
Extra · 31
Extra · 77
Extra/Bestandstype
· 78
F
FAC · 87
Fahrenheit
· 75
Filter
activeren · 115
Filter
samenstellen · 117
Filters
aanpassen · 115
FN · 91
Formule
voorbeeld · 92
Formules ·
77; 84
FRAC · 87
Functies · 85; 87
G
Geautomatiseerde
projectcontrole · 110
Gebeurtenisniveaus
· 137
Gebeurtenissen
· 136
Gebeurtenisvenster
· 137
Gecombineerd · 54
Geef alarm als het signaal…
· 142
Gegevens
analyseren · 143
Gegevens
ophalen · 143
Gegevensbron
· 106
Gegevenskolom · 118
gegevenstabel · 9
Gegevenstabel · 21; 77;
80; 81
Gegevenstabel
kopiëren · 65
Geheugen ·
135
Gemiddelde
· 88
GL · 22
GLM · 23
GRAFIEK · 85; 91
Grafiek
aanpassen · 44
Grafiek
eigenschappen · 71
Grafiek
kopiëren · 66
Grafiek tabbladen · 38; 101
Grafiekdocument
· 33
H
Help · 26;
28; 31
Herkenningsinformatie · 33
Herschalen · 4; 48; 68
Histogram · 9; 77
Historie ·
59
Hoeveelheid
meetgegevens · 144
Hoog wordt · 133
Horizontaal
· 79
Hulp voor
de gebruiker · 2
I
ID · 34
iDt · 34
IDT · 95
Import filter
· 113
Info tabel · 8
Informatie
· 127
Infotabel
exporteren · 65
Infotabel tabbladen · 38;
101
Ingang ·
129
Ingangsinstellingen
· 129; 140
Installatie
· 15
INT · 87
Interval ·
34; 141
K
Kalender
Zoom · 47
Kalendertijd
· 72
Kalibreren
· 133
Kanaal Instellingen · 11
Kanalen
activeren · 140
Kanalen
selecteren · 71
KEYVAL · 91; 95
Kleur · 34
Klik op de
rechtermuisknop · 39
Knoppenbalk
· 26
Kolombreedte · 36
Kolombreedte aanpassen ·
36
Kolommen
verbergen · 35
Kopiëren ·
26; 65
Koptekst ·
61
L
Laag is · 133
Laag wordt · 133
Laatste... · 144
Label · 34;
129
LAN · 56
Landinstellingen
· 21
LED
knippert twee keer · 152
Length · 34
Lettergrootte
· 26
Lettertype
· 78
Lijndikt ·
34
Lijnstijl ·
34
Lijstscheidingsteken
· 2; 84
Lineaire
omzetting · 75; 131
linkinstructies
· 114
Links · 62
LN · 87
LOG · 87
Logger.. ·
50
Logische (Booleaanse) operatoren · 89
logische
trig · 136
Logotype ·
29
M
Machtsverheffen
· 89
Max · 34
MAX · 95
Media · 109
Meer
infotabellen openen · 37
Meerdere
registraties openen · 54
Meetgegevens
ophalen · 143
Meetgegevens
verzamelen · 11
Meetinterval
· 134; 151
Menu
overzicht · 30
Midden · 62
Min · 34
MIN · 95
Mode · 133
Multimeter
· 26; 68
N
N · 95
N/A · 29
Na x metingen · 154
Naam
wijzigen · 38
Naar
eenheid · 131
Netwerken ·
56
Niet
registreren · 128
Nieuw · 50;
143
Nieuw
gegevensveld · 98
Nieuw
project · 105
Nieuw
venster · 78
Nieuwe
regel · 115; 116
Nieuwe
registratie · 127
Nieuwe
registratie instellen · 126; 139
Niveau- en
externe gebeurtenis · 137
Niveaugebeurtenis
· 136
Notities · 10; 77; 80; 81
O
off-line · 29
Off-line · 133; 141
Off-line
registraties ophalen · 126
Ongedaan
maken · 26
Ongedaan
maken · 64
on-line ·
29
On-line ·
34; 95; 133
Oorsprong
en meetbereik van de Y-as wijzigen · 71
OPC · 25
Open beeld
als nieuw document · 55
Open
vensters · 79
Openen · 51
Openen knop
· 3
Openen van
bestanden · 18
Openen van een registratie
· 3
Operatoren
· 89
Ophalen · 150
Ophalen
en herstarten na stoppen · 133
Ophalen, Stoppen · 143
Ophalen, Stoppen, Herstarten · 144
Opnieuw
uitvoeren · 26
Opnieuw
uitvoeren · 64
Opslaan ·
26; 134
Optellen ·
89
Opties · 77
OR · 89
Origineel
Label · 34
P
Pagina · 69
Parameters
· 133
Parameters
versturen · 142
PC Logger
instellingsvenster · 127
PC-logger ·
11
Plug-ins · 77; 80
Presentatie
· 104; 108
Presentatieparameters
· 33
Printerinstelling
· 63
Procesdiagram
· 77; 97
Programmavenster
· 24
Programmeren
op gebeurtenissen (AAC-2 Fast) · 136
Project
groep · 111
Project
Manager · 104
Pt100 · 75
Punt · 74
Puntstijl ·
34
PWR · 87
R
RAD · 87
Real Time ·
26
Real Time -
on-line · 69
Rechtermuisknop
· 41
Rechts · 62
Reductie ·
134
Reductiefactoren
· 141
Registatievenster
· 24
Registratie
· 127
Registratie
openen · 52
Registratie Parameters ·
11
Registratie
selecteren · 52
Registratie
starten · 139; 154
Registratie
Wizard · 11
Registratieconfiguratie ·
101
Registraties
· 18
Registraties
kopiëren · 53
Registraties
verwijderen · 53
Registreren/Niet
registreren · 128
Rekenkundige operatoren ·
89
Relatieve
tijdcursors · 69
REM · 91
RND · 87
Roterend ·
135
Roterend
geheugen · 29
S
Samples · 34
scheidingstekens
· 114
Selecteer
kanalen · 129
Serienummer
· 34
SET · 91
SGN · 87
Signalen
plaatsen · 98
Simultaan
lopende projecten · 110
SIN · 87
Skew · 29;
34; 88
Sleutelwaarden · 8
Sleutelwoorden · 85; 91
Snelkoppelingen
· 104
Snellijst ·
51
Sorteren ·
35; 51
SQRSUM · 95
SQRT · 87
Squaresum ·
34
Standaardconfiguratie
· 27
Start · 34
Start en
stop opties · 151
Start/Stop opties · 143
Startconfiguraties A en B
· 101
Stijl · 74
Stop, Ophalen, Herstarten
· 143
Stoppen, Ophalen · 143
straight
line · 131
Sum · 34
SUM · 95
Systeemeisen
· 1
T
Tabblad
toevoegen · 38
Tabbladconfiguraties
· 101
Tabbladconfiguraties
· 102
Tabel · 9
Tabel
opmaak · 21
TAN · 87
Tekenstijl
· 34
Tekst
filter · 113
Tekstfilter
regels · 115
terminalprogramma
· 60
Text files
· 52
Tijd vanaf
start · 72
Tijdbalk ·
69
Tijdelijke
bestanden · 56
Tinylogger
instellingen · 149
Tinylogger
Wizard · 151
Tinyloggers
· 13
Titel · 139
Tonen · 71
Toon alle
pagina’s · 26
Toon
laatste pagina · 26
Toon lijn · 49
Toon
volgende pagina · 26
Toon waarden bij.. · 98
transformatie
· 68
transmitter
· 131
Trapsgewijs
· 79
TTD · 23
Type · 34
V
Van – Tot · 72
Variabelen · 85; 90
VAVEL · 88
VDER · 88
VDER2 · 88
Vectorfuncties
· 88
Venster ·
28; 31
Venster ·
78
Vensters · 6
Verbindt
identieke kanalen · 54
Vergrendelen
· 152
Vergroten · 68
Vermenigvuldigen
· 89
Verschuivende
tijd · 70
Verticaal ·
79
Verwijderen
· 66
Verzameling
formules · 94
Vlaggen
tonen bij · 73
VMEDL · 88
Voettekst ·
61
Voltooien ·
138
VPOS · 88
VREV · 88
VSIZE · 88
VSKEWL · 88
VSKEWT · 88
W
Werkbalken
· 50; 67
wmf-opmaak
· 6
X
X/Y · 10
X/Y Diagram · 77; 80; 97
X-form ·
131
XOR · 89
Y
Y(t) · 97
Y(x) · 97
Z
Zoek Pad ·
51
zoom · 43
Zoom
afbreken · 45
Zoomen · 5; 44